Shouf Shouf Habibi
Gegen die Wand
The Hours
Multiculti vakantieliefde
Het wezen van een bokser
Les Invasions Barbares
Quizshow
Eén meter Everest-boeken
Bedriegerspret
Connie Palmen
Joost Zwagerman
Schrijvers in Hollywoodfilms

Connie Palmen, Cuba Libre en ik

Uit: Armada, jrg. 32, september 2003, 116-125

Verslaafd: slaaf zijnd van, geheel overgeven aan (een hartstocht): aan de drank, aan het roken ~ zijn . ( Van Dale )

i

Meestal is het een uitspraak van Palmen in een televisieprogramma die mij naar de boekhandel lokt. ‘Verslaving geeft heroïek aan de eenzaamheid,' zei Connie Palmen bijvoorbeeld enkele jaren geleden aan tafel bij Adriaan van Dis in Zomergasten . Het was voor mij een reden om op zoek te gaan naar Palmens roman De vriendschap . I.M. kocht ik na een optreden van Palmen in het voormalige vpro- kunstprogramma De Plantage . Daarin liet Palmen zich van haar stuk brengen toen presentatrice Hanneke Groenteman een harde grap maakte over het onaangeroerde glas spa van haar gast en de liters wijn die in I.M. geconsumeerd werden. Palmen lachte, net iets te hard en zei, met licht overslaande stem: ‘Da's een goeie, Hanneke!' Ze voegde daar, ernstiger, aan toe: ‘Drank is mijn meest liefste vijand.' Palmens peformance in Barend en Van Dorp maakte mij nieuwsgierig naar Geheel de Uwe . Toen zei ze: ‘Je valt op iemands verdriet. Een zwakke plek.'

Eenmaal in de boekhandel trekken de titels mij over de streep. Groots, pathetisch, meeslepend, pretentieus. Niks ‘een vriendschapje', nee, De Vriendschap, De Wetten. Soms spreken de titels je rechtstreeks aan. Geheel de uwe ! Stevig gebonden, bijbels haast, is de rode kaft van met een betekenisvolle hand op de voorkant, en binnenin, in gotisch uitgevoerde letters staat ‘T.T'. Zij aan zij met I.M. , te lezen als ‘In Memoriam', ‘Ischa Meijer', maar ook ‘I am', wordt dat: Ik ben geheel de uwe.

Hebben! Ik koop ze, iedere keer weer, de boeken van Palmen. Ik val voor haar zwakke plek: verslaving.

II

‘Mijn romans gaan over het drama van de afhankelijkheid,' zo vatte Connie Palmen ooit haar eigen werk samen. Wie met deze uitspraak in gedachten Palmens oeuvre ter hand neemt, kan niet anders dan dit volmondig beamen. Sla willekeurig een bladzijde open uit een oeuvre van Palmen, en ze gaat over verslaving. Bijvoorbeeld:

Hij vertelt dat hij van zijn achttiende tot zijn vijfendertigste zoveel valium slikte dat hij onder een stolp leefde, niks echt meemaakte en alles op een afstand hield. In dezelfde periode dronk hij ook excessief en daar zette hij een jaar na het valium slikken een punt achter. ( I.M ., p. 155)

Een sigaret is een houvast, een houvast dat opbrandt. Het grootste voordeel van een pakje Marlboro is dat het je niet kan bedriegen, je niet kan verlaten, dat het nooit zal ophouden van jou te houden en natuurlijk dat het niet dood kan gaan. Dat is de essentie van verslaving, geloof ik . ( I.M ., p. 249)

Andersom is ook mogelijk. Bedenk willekeurig een verslaving en ik toon u een passage uit het oeuvre van Palmen die daarover gaat.

Eten : ‘Het denken aan eten als je niet eet is een van de essenties van de verslaving en van de obsessie.' ( De vriendschap )

Televisie : ‘Drie dagen zonder televisie is het maximum voor Ischa en als we verder trekken om de laatste vier dagen van de week in South Lake Tahoe door te brengen, wil hij een super-de-luxe hotel met wel drie televisies.' ( I.M .)

Kennis : ‘Jouw genot zit verankerd in je koppetje, in het leren. Hartstocht is bij jou hartstocht van de geest. Dat is een filosofische hoerenengel.' ( De wetten )

Drank : ‘Het enige dat mij werkelijk bezig hield was mijn volgende Cuba Libre.' ( De vriendschap )

 

III

Roken, eten, drinken, seks, drugs, seks, religie, vrouwen, mannen, televisie kijken, soaps, telefoneren, post, koffie (liters espresso in I.M .!), kranten lezen, liegen, kopen, geld, spanning, ontrouw, gokken, aandacht, roem, kennis, schrijven. Er is geen verslaving te bedenken, of Palmen schreef erover in een van haar romans. Wie in vogelvlucht door haar oeuvre gaat, is pagina's lang met haar mee verslaafd.

In De wetten (1991), Palmens succesvolle debuutroman, is de jonge studente filosofie Marie Deniet op zoek naar de ideale man. Ze ontmoet zeven mannen, steeds aangeduid met het beroep dat ze uitoefenen: de astroloog, de epilepticus, de filosoof, de priester, de fysicus, de kunstenaar en de psychiater. Deniet is niet op zoek naar seksuele bevrediging – er komt zelfs opvallend weinig seks voor in een boek over de queeste naar de ideale partner. Via de mannen hoopt ze in de eerste plaats iets te leren over ‘de wetten' van het leven. Ze vult de kennis van de mannen verder aan met geestelijke voer van andere geleerden: Einstein, Foucault, Sartre, Jung, Thomas Mann. Hoe meer mannen (lees: kennis) Deniet echter consumeert, hoe meer ze de richting van haar leven kwijtraakt. Ze belandt uiteindelijk bij een psychiater (nummertje zeven), aan wie ze haar toestand beschrijft in briefvorm. Steeds fragmentarischer worden haar overpeinzingen over het leven, waarvoor ze excuses aanbiedt aan de lezer. ‘Het spijt me zo dat ik zo raaskal en geen structuur kan aanbrengen in wat ik allemaal moet vertellen. […] Wordt u er niet vreselijk moe van zo lang naar mij te moeten luisteren.' Nee, liet het publiek weten: van De wetten , inmiddels aan zijn vierendertigste druk toe, gingen alleen in Nederland al meer dan450.000 exemplaren over de toonbank. Later, in Echt contact is niet de bedoeling (2000), een bundeling van lezingen, zou Palmen De wetten samenvatten als een roman over een vrouw die verslaafd is aan kennis.

In Palmens tweede roman, De vriendschap (1995), is verslaving expliciet het onderwerp. Aanvankelijk lijkt de roman te gaan over een lesbische coming out . Catharina Buts (Kit) houdt van studeren en probeert haar lichaam te verbergen onder wijde, jongensachtige kleding. Bladzijde na bladzijde uit Buts haar bewondering voor haar beste vriendin, de vrouwelijke Barbara Callenbach (Ara). Terwijl ze bij jongens ‘walging' voelt als ze met vrijt, vindt ze Ara ‘de mooiste vrouw ter wereld'. Maar als Ara haar lichaam, haar buik bijvoorbeeld, aanraakt, voelt ze wél wat. ‘Ze had gevoeld dat die zich schokkend samentrok, en ze had gezien dat ik daarna nog wel een half uur na sidderde, omdat het vel van mijn buik de schrik maar langzaam te boven kwam.' De lesbische queeste strandt echter als er twee nieuwe grote liefdes in Kits leven arriveren. De eerste is de dikke jongen Thomas, die net als Ara worstelt met een eetprobleem. De tweede is Cuba Libre. ‘Na een Cuba Libre had ik het al gemerkt, dat het invloed had op mijn hoofd, dat het me licht maakte en spraakzaam, vergevingsgezind en overmoedig, schaamteloos onverschillig en onbehoedzaam. Ik danste met Marga op James Brown, liet me zoenen door Sly en mijn borsten betasten door Annis.'

Drank beïnvloedt de zintuigen, van wankelen tot dubbel zien, en maakt lichaamsgrenzen minder scherp, zo filosofeert Kit. Drank beïnvloedt haar geest zodanig dat ze makkelijker met haar lichaam kan omgaan. Thomas en Ara daarentegen proberen niet de binnenkant, hun geest, maar de buitenkant, het lichaam, te veranderen. Kit raakt zo geobsedeerd door verslaving dat ze overweegt een proefschrift te gaan schrijven. Ze heeft al een eerste stelling: ‘Toon mij uw verslaving en ik zal u uw verboden taal leren lezen.' Met andere woorden, als je iemand echt wilt leren kennen, zul je iemands verslaving op moeten sporen. Net als De wetten , is De vriendschap geen afgerond verhaal. Fragmentarische bespiegelingen over verslaving en het verband daarbij tussen lichaam en geest, nemen steeds meer de overhand. Ze eindigt haar overpeinzingen met een liefdesverklaring aan Ara: ‘Als ik nu mijn wijsvinger in de lucht steek, doe jij dan ginder hetzelfde?'

Dit ‘E.T'-gebaar keert terug in I.M ., waar het een teken van diepe genegenheid is tussen Connie Palmen en Ischa Meijer, die langdurig een liefdesverhouding hadden. Meijers pltselinge dood gaf aanleiding tot het schrijven van I.M. ( 1998), Palmens ‘weduweroman'. In I.M. schrijft Palmen onder meer over de wijze waarop haar relatie met Meijer haar werk beïnvloedt. De totstandkoming van De vriendschap komt uitvoerig aan de orde, en zo heeft de lezer een déja-lu ervaring, want veel van de ideeën over verslaving uit De vriendschap keren terug. De inspiratie voor De vriendschap putte Palmen uit haar eigen leven, blijkt nu. Palmen worstelt net als Kit met een drankprobleem De dikke man Thomas uit De vriendschap blijkt gemodelleerd naar Ischa Meijer van wie enkele columns, getiteld ‘De Dikke Man' staan afgedrukt in I.M .. Hij is verslaafd aan vrouwen, seks, roken, televisiekijken, schrijven en eten. En er is een gedeelde verslaving van Connie en Ischa: die aan elkaar. Geen seconde kan Ischa haar alleen laten. Als hij even boodschappen doet, belt hij haar vanuit de winkel op om te laten weten wat hij in het mandje gooit en wat zijn volgende boodschap zal zijn. Filosoferend over de verslaving, bedenkt Palmen de term ‘liefste vijand', en Meijer vraagt of hij het mag gebruiken voor een stuk. Palmen wil haar vondst echter zelf houden voor De vriendschap , een titel die ze bedacht tijdens een bezoek aan een gokpaleis in Reno. Dan sterft Ischa. Palmen stort in en zoekt haar toevlucht opnieuw tot de drank. Naast verslaving worden de dood en daaruit voortvloeiende biografie (opgevat als het vastleggen en vangen van een verloren leven), de belangrijkste thema's van Palmens komende boeken.

In De erfenis bijvoorbeeld, Palmens boekenweekgeschenk uit 1999, lezen we hoe de zieke schrijfster Lotte Inden een jonge man in dienst neemt om haar laatste grote roman te kunnen schrijven. Indens laatste roman, Geheel de Uwe , werd gemengd ontvangen. Die roman was een ‘gefingeerde autobiografie van een fan, waarin ze, zoals ze uitlegde, probeerde iets meer te begrijpen van wat haar een typisch kenmerk van de twintigste eeuw scheen te zijn'. Het blijkt om de relatie tussen media en werkelijkheid te gaan, en om het fenomeen bewonderen van iemand die je nooit persoonlijk ontmoet hebt. Ze heeft haar aantekeningen gegroepeerd onder kaartjes, bijvoorbeeld ‘televisie', ‘geld', ‘personage', ‘familie'. Haar grote liefde is T.T., Tobias Tallicz, die veel inspiratie leverde voor de kaartjes.

T.T. keert terug in Geheel de Uwe , de recentste roman van Palmen, die, zoals zij zelf reeds voorspelde, gemengd werd ontvangen. T.T. verwijst naar de totuus tuus, ‘geheel de uwe', de afsluitende woorden waarmee de rokkenjager Salomon Schwartz zijn brieven in het weekblad De wereld ondertekent. Palmen past in Geheel de Uwe een soortgelijke structuur toe als in De wetten , maar draait de seksen om. Ditmaal vertellen vijf vrouwen, opnieuw getypeerd door hun beroep, waarom ze zijn gevallen voor de plotseling overleden Schwartz. We volgen de bekentenissen van een hoer, een non, een actrice (die net als de filosoof uit De wetten De Mendes Costa heet), een psychiater en een biografe, die C. heet. Ook deze roman gaat over verslaving: de vrouwen zijn afhankelijk van Schwartz, terwijl deze op zijn beurt verslaafd is aan het verleiden van nieuwe vrouwen, en zichzelf typeert als een ‘aandachtsjunk', dezelfde typering die Palmen Ischa Meijer toedichtte in I.M ..

 

IV

Op grond van bovenstaande samenvattingen wordt wellicht de indruk gewekt dat Palmens werk vol zit met onzekere, afhankelijke personages. Vreemd genoeg is niets minder waar. Palmens overweldigende zelfverzekerde ik schreeuwt er luid boven uit. Als geen ander kan Palmen een aan een ander ontleend filosofisch inzicht in stapelzinnen formuleren en doen alsof zij de eerste is die het bedenkt, zoals hier, in I.M ., als ze haar vakantie met Ischa Meijer beschrijft.

Ik probeer hem uit te leggen dat zelfs dit, het doorkruisen van een Amerikaanse woestijn in een Chevy Cavalier, iets wat ik nooit eerder in mijn leven deed, dat zelfs zo een unieke belevenis geen onbeschreven iets kan zijn, dat ik Death Valley ongetwijfeld al eens in een reclame of in een film zag, dat er beschrijvingen door mijn hoofd gaan die ervoor zorgen dat ik weet wat voor een soort ervaring het is om door een woestijn te rijden en dat die ervaring dus al voor een deel ingevuld is, dat ik me begeleid voel, om het zo maar eens te zeggen, dat hoe ik dit nu beleef deels voorgeschreven staat en dat daaraan bijna niet te ontkomen valt.

Het is de onderwijzende, superieure toon – ‘ik probeer hem uit te leggen' – die Palmens zelf doet groeien. Van zelftwijfel of onzekerheid lijkt geen sprake. ‘Ze heeft dezelfde gevoelens als u en ik, maar net iets méér ervan,' merkte Hans Goedkoop op in zijn recensie van I.M . in NRC Handelsblad . ‘De Palmen van I.M. zet net als u en ik een lijn uit in haar leven, maar ze mist er onze twijfels bij. Wanneer ze Ischa voor het eerst ziet, bij haar interview “weet” ze dat “haar man” daar staat. Zo “weet” ze even later ook dat het licht moet uitlaten als hij iets opbiecht, “weet” dat hij die biecht maar een keer aflegt en “weet” dat ze hem nooit moet vragen wie nu wie is in De Dikke Man . Ze “weet” zelfs waarom. “Ik weet dat het zo moet en niet anders.” Palmen krijgt iets van een Hollywoodverschijning, ze wordt larger than life ' , aldus Goedkoop. Voor een vrouw die zo veel filosofische meesters heeft gelezen, lijkt Descartes' ‘ik twijfel dus ik besta' louter in een ontkennende versie geldig.

Palmens reusachtige zelf schuilt ook in het autobiografische gehalte van haar werk. Hoewel haar boeken nadrukkelijk de ondertitel ‘roman', dragen, is elk nieuw boek van Palmen een boek over Palmen zelf. Haar ‘personages' hebben weliswaar fictieve namen als Marie Deniet, C., Charlie, Catharina, Monica, Lili, maar blijken klonen van Connie Palmen te zijn, één en eenstemmig. Uitspraken van bepaalde personages duiken in interviews met haar letterlijk op. Marie Deniet, bijvoorbeeld, die net als Palmen filosofe is, zegt in De Wetten een ‘structuurmaniak' te zijn, dezelfde woorden waarmee Palmen zich in een interview met Libelle ook typeerde. Het is alsof we voortdurend met te veel Cuba Libres op lezen, overal zien we verdubbelingen van Palmen. Palmen heeft er een woord voor bedacht: ‘autobiofictie'.

 

V

Wie zich realiseert dat verslaving het belangrijkste thema van Palmens werk is, stuit nu op twee wonderlijke paradoxen. Als we verslaafd-zijn moeten opvatten als een toestand waarin je ‘slaaf van een hartstocht bent', zoals de Van Dale het poëtisch omschrijft, ja, als de kern van verslaving afhankelijkheid en dus zelf verlies is, hoe kan het werk van Palmen dan zo'n teveel aan zelf onthullen? Als verslaving juist de zwakke plekken van het zelf blootgeeft, omdat het zelf zich overgeeft, wat dus tot zelfverkleining zou moeten leiden, waarom zien we bij Palmen dan juist zo'n uitvergroting van het zelf?

En er is nog een paradox die hiermee samenhangt. Wie verslaafd is, probeert, aldus Palmen, de werkelijkheid buiten de deur te houden. De verslaafde liegt altijd en verdooft zichzelf om, aldus Palmen, niet ‘teveel werkelijkheid' te hoeven voelen. Maar vreemd genoeg, en ondanks de nadrukkelijke genreaanduiding ‘roman' op alle omslagen, willen Palmens verslaafde personages, inclusief zijzelf, de werkelijkheid juist zo dicht mogelijk naderen. Deniet uit De Wetten is een ‘structuurmaniak' die de ‘wetten' van het leven wil vinden, Kit wil een dissertatie over verslaving schrijven en de biografie C. wil in Geheel de Uwe ‘grip' te krijgen op een overspelige persoonlijkheid. Dan is er I.M ., de ‘roman' die zo precies mogelijk, van dag tot dag, een relatie documenteert. Palmen, zo heeft ze in diverse interviews te kennen gegeven, wilde Ischa Meijer in een boek vangen, als tegenwicht tegen de akelige roddelverhalen die ze heeft moeten verdragen. Ze wilde geen fictie maar een échtere werkelijkheid.

In de receptie van Palmens werk zien we steeds hoe critici over deze twee punten struikelen. Wanneer Palmen een teveel aan zelf toont, willen ze haar, soms in letterlijke zin, een kopje kleiner maken. In Vrij Nederland sabelde Annemieke Neefjes Echt contact is niet de bedoeling genadeloos neer met een in kleuterstijl geschreven brief aan ‘lieve tante Con': ‘Jeetje, wat ken jij veel grote woorden. Zin. God. Waarheid. Liefde. Goedheid. Erbarmen. Trouw. Troost. Soms fluister ik ze voor me uit.' Wanneer Palmen echter haar zwakke plek, verslaving, toont, wordt dat ook een dankbaar onderwerp voor uitvergroting en wordt ze juist aangespoord om ‘groter' en ‘volwassener' te zijn. Zo leest cabaretière Sanne Wallis de Vries in haar jongste show Stuk! op hilarische toon een erotisch bedoelde passage uit De Wetten . ‘Hoe zou het eigenlijk met Connie zijn?' vraagt ze zich vervolgens peinzend af. ‘Wat denk je, zit ze al aan de drank?' In een van haar maandelijkse column voor het filosofisch café in Amsterdam zag de filosofe en schrijfster Désanne van Brederode Connie Palmen het liefst als de nieuwe minister van Cultuur en Onderwijs. Dan zou het pas echt ‘gezellig' worden in de politiek: ‘Connie giet zich in no time helemaal vol.' Ook in de televisieserie Driving Miss Palmen was de drinkende Connie het onderwerp voor een parodie.

Palmens ‘autobiofictie' is ook veelvuldig het mikpunt van spot geweest. Monica Soeting schreef in De Gids over Palmens werk: ‘Haar ik-personages laten zich nooit tot romanfiguren transformeren. Ze zijn op nog voor ze uit zijn.' Willem Kuipers sabelde I.M. genadeloos neer. Het was geen ‘roman' maar een ‘reportage van de werkelijkheid', en dan ook nog eens een beroerde en naïeve verslaggeving van de werkelijkheid. Te veel ik en te weinig fictie, dat is het verwijt van de critici.

In zijn recensie van I.M. in NRC Handelsblad koppelt Hans Goedkoop Palmens grote zelf aan de wijze waarop ze haar leven inzet als fictie. Palmens boeken worden, aldus Goedkoop, geboren uit een echt verlies in de werkelijkheid. Het schrijven van een boek is het verlangen om dat te herstellen door een bezeten poging toe doen om alles vast te leggen op papier, en zo de regie terug te krijgen. ‘Het is een tovertruc die ook de rest van haar manier van denken en schrijven in de achteruit zet. Ze zoekt niet meer naar iets nieuws, naar nieuwe inzichten in het leven en een nieuwe zingeving, ze grijpt terug op wat ze had. En dan niet eens in de beheerste vorm van een roman, gebouwd op een idee, een wet, maar in der ruwe vorm van het documentaire echte leven.' Dat, aldus Goedkoop, heeft niets met literatuur te maken, maar ‘uitsluitend met dat ene uiterste verlangen in het sterrendom om op de aandacht en bewondering van het publiek te kunnen drijven'.

Dat Palmen over afhankelijkheid en zelfverlies schrijft, en daarbij zo'n groot zelf tentoonspreidt, kan bij nader inzien logisch verklaard worden. Palmen is verslaafd aan zichzelf. Zij wil een ster zijn. Een ster bestaat pas bij gratie van de bewondering van anderen, en dus is zij afhankelijk van onze aandacht. Wij zijn haar Cuba Libre.. En omdat we al lezende met haar mee verslaafd raken aan Connie Palmen, is zij onze Cuba Libre. Soms zou je haar boeken willen drinken in plaats van lezen.

 

VI

Over Cuba Libre gesproken, waarom drinkt Connie Palmen? In I.M . laat ze Ischa Meijer een antwoord op die vraag geven. Palmen drinkt om ‘even wat minder clever te zijn, zodat je beter bij de anderen kunt horen', weet Ischa in I.M. Opnieuw groeit het zelf van Palmen, hoewel het over haar zwakste plek gaat. Palmen drinkt omdat ze te slim is voor ons. Elders lezen we dat die slimheid haar eenzaam maakt, omdat ze geen werkelijk contact met de ander kan maken. Uiteindelijk onthult iedere verslaving het verlangen naar menselijk contact, of naar een ‘vriend', zoals ook de titel De Vriendschap suggereert. Maar die vrienden liggen, in Palmens geval, niet voor het oprapen, omdat haar slimheid haar veroordeelt tot eenzaamheid. Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Verslaving kan enerzijds beschouwd worden als een poging uit de werkelijkheid te ontsnappen, maar tegelijkertijd is verslaving een poging om meer contact met de werkelijkheid te maken. Dat project is gedoemd te mislukken, omdat verslaving je verder doet afdrijven van de werkelijkheid. Dat maakt nog eenzamer, waardoor de verslaving verder wordt aangewakkerd.

De vraag waarom Palmen Cuba Libre drinkt, blijkt nu dezelfde als de vraag waarom Connie Palmen schrijft. Schrijven is de remedie tegen verslaving. Schrijven is immers dé manier om aandacht te krijgen, een groter zelf op te bouwen, én een manier om structuur in de werkelijkheid aan te brengen. Wie structureert, zet de zaken naar eigen hand en oefent macht en controle uit. Structuur aanbrengen is het tegenovergestelde van ‘slaaf zijn van' of ‘geheel overgeleverd zijn aan'. Structuur betekent verbanden leggen, daarover nadenken en zo grip krijgen op de werkelijkheid. Maar wie te veel nadenkt, komt paradoxaal genoeg niet uit bij meer helderheid. Structuur aanbrengen werkt ook verslavend, zoals de term ‘structuurmaniak' laat zien, en een teveel aan structuur vergroot machteloosheid eerder uit. Dat dilemma zien we in de vorm van Palmens werk terug. Het begint meestal strak gestructureerd, maar hoe meer het personage nadenkt over haar verslaving, hoe fragmentarischer het proza wordt.

Net als Cuba Libre, is schrijven voor Palmen een poging om de ander en de werkelijkheid te bereiken, maar net als Cuba Libre, faalt het schrijven hier. Zo lezen we in De Wetten : ‘Het meest vervelende van nadenken vind ik nog dat je zo vaak bij paradoxen uitkomt. Schrijven, bijvoorbeeld, lijkt met een paradoxaal verlangen te maken te hebben. Wat het ook mag zijn dat je ermee wilt bereiken, liefde, troost, begrip, betekenis, om je wil door te kunnen zetten moet je juist zo ver mogelijk uit de buurt van andere blijven en je volledig afzonderen, terwijl het enige wat je in laatste instantie begeert iets is dat je alleen van anderen kunt krijgen.'

 

VII

‘Een verslaafde vergist zich in het produkt,' schrijft Connie Palmen in De vriendschap . En even verderop, over verslaving: ‘Het kost alleen wat. En het levert niks op, aan waarheid aan betekenis, aan liefde.'

Connie en ik, wij zouden dus beter moeten weten. Maar terwijl zij snakt naar haar volgende Cuba Libre, honger ik naar de volgende Palmen.