|
Eén meter Everest-boeken

Ik ben verslaafd aan boeken, en Kathmandu is een waarlijk paradijs voor boekenwurmen. Men treft er een goede selectie voor redelijke prijzen aan.
Lene Gammelgaard, Climbing High
1 november 2000, 10.00 uur
Reykjavik, luchthaven. Ik moet wat tijd doden en ga naar de boekhandel. Daar koop ik in een opwelling een boek over de beklimming van de Mount Everest. Ik heb een lichte vliegangst en hoop dat deze lectuur over een risicosport mij af zal leiden als ik straks de ijle lucht in ga.
Het ‘Fasten your seatbelts'-lampje brandt. Ik haal diep adem. ‘De lucht in. Vliegen. En veilig landen.' Ik herhaal de woorden als een mantra. Ik voel me sterk. Ik heb het zojuist gekochte boek in mijn handen geklemd. Naast me zit een man. Hij informeert wat ik lees. Ik laat het hem zien. Lene Gammelgaard, Climbing High. A Woman's Account of Surviving the Everest Tragedy .
‘Danish yourself?' vraagt hij. Ik knik.
Hij glimlacht.
‘I'm John', zegt hij.
Hij ziet er aardig uit, denk ik, maar laat hem ogenblikkelijk ophouden met vragen stellen – ik wil lezen.
De eerste regel van het boek vangt mijn aandacht. ‘In de lente van 1996 beklom ik de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld, en werd ik de eerste Scandinavische vrouw die ooit op de top stond.' Iets verderop: ‘Ik heb voor obsessie gekozen. Ik wil Everest. Naar de top en veilig terug. Geen O 2 .' Ik vergeet dat ik vlieg. Ik zit in het hoofd van een vrouw die in 1996 een afschuwelijke storm overleefde nadat ze de top had bereikt. Acht klimmers kwamen daarbij om het leven, onder wie haar expeditieleider, Scott Fischer van Mountain Madness . Ze beschrijft haar tocht, stap voor stap. De vlucht per helikopter naar Lukla ( 2.800 meter ). Van daaruit de wandeling naar Everest Base Camp. Daar acclimatiseren, 5.346 meter . De Khumbu Ice Fall, naar kamp 1. Terug naar basiskamp. Naar kamp 1. Een nacht acclimatiseren. Kamp 2 opzetten. Van daaruit naar kamp 3 ( 7.315 meter ). Paar nachten acclimatiseren. Weer naar basiskamp. Kamp 2. Rustdag. Naar kamp 3 en 4 ( 7.925 meter ). De toppoging. En weer terug.
De Mount Everest beklimmen duurt al met al een volle maand. Vijf keer moet je daarbij het gevaarlijkste traject afleggen, de Ice Fall, een gletsjerzee vol blauwijzige ijspunten.
12.00 uur, 31.000 voet
‘This is your captain speeking. Due to some bad weather conditions we have a slight turbulence. Please keep your seatbelts fastened during the flight.'
John vertelt me dat ik me geen zorgen hoef te maken. Hij heeft dit vaker meegemaakt. 31.000 voet . Dat is 9.500 meter . Ik ben hoger dan de Everest. Het dak van de wereld ligt op 8.848 meter . Ik bevind mij in de Zone des Doods. De Zone des Doods is het gebied boven 7.500 meter waar acclimatisering onmogelijk is en je lichaam een race aangaat met de tijd. In dit gebied kun je hallucinatoire ervaringen krijgen door zuurstofgebrek en uitputting, lees ik bij Gammelgaard. Feit en fictie lopen door elkaar. Zonder zuurstof kunnen je hersens voorgoed worden aangetast. Ik schrik even op. Ik had beter op moeten letten bij de zuurstofdemonstratie!
13.00 uur
We zijn veilig geland.
Op Schiphol loop ik de eerste de beste boekhandel binnen. Climbing High heb ik uit. Ik ben nu op zoek naar Jon Krakauer, De ijle lucht in , een boek waar Gammelgaard naar verwijst. Het is een ander verslag van dezelfde noodlottige Everest-expeditie. Het is er! Het staat gebroederlijk naast Matt Dickinson The Death Zone. Climbing Everest through the Killer Storm . Die titel spreekt me aan. Ik betaal met mijn creditcard.
Diezelfde avond begin lees ik Krakauer uit en begin ik in Matt Dickinson.
‘De Zone des Doods is een gebied waar de geest naar vreemde en donkere hoeken zwerft, waar gekte en illusies op de loer liggen, en waar de lijken, van sterkere strijders dan jij zelf ooit zult zijn, overal liggen in de gierende wind met hun schedel opengereten als overblijfselen van hun geleverde strijd.
Ik had Ben Nevis of Snowdon nog nooit beklommen, had nooit ook maar enige piek in de Alpen bedwongen, en toch werd mijn verlangen om De Zone des Doods te ervaren onmogelijk om te weerstaan.
Het was een obsessie die mij ertoe bracht mij te begeven op de rand van de zelfdestructie. Maar die bracht me ook naar de top van de Everest.'
2 november 2000
De bedoeling is dat ik vandaag weer aan het werk ga. Ik heb mij met een smoes ziek gemeld. Ik wil weten hoe een ongeoefende klimmer als Matt de top kan halen en of er nog mensen zullen sterven tijdens de afdaling.
17.00 uur
Het wordt al schemerig. Moet nog boodschappen doen. Ik had met mezelf afgesproken uiterlijk om 14.00 uur naar de winkel te gaan, maar nu ik zover ben gekomen en op pagina 200 ben, ga ik door. Geen enkel mens met een gezond verstand zou zonder te eten doorgaan, dat weet ik. Maar alleen de top telt. De top, op pagina 250.
7 november 2000
Jon Krakauer, die in het Adventure Team van Rob Hall zat, is in zijn expeditieverslag van 1996 af en toe toch wel erg neerbuigend naar vrouwen. Over een Japanse vrouw in zijn team zegt hij: ‘Zowel Beck als Yasuko dreigde meerdere malen van een ladder af te vallen of in een crevasse te storten en Yasuko leek totaal niet te weten hoe ze haar stijgijzers moest gebruiken […] een begenadigd docent had Yasuko de hele ochtend bijgespijkerd over basisklimtechnieken op ijs.'
Voor Sandy Pitmann, deelnemer van Fischers team, heeft hij ook weinig positieve woorden over. Hij vertelt hoe ze haar draagbare televisie bij zich heeft in Base Camp, en ook een espressoapparaat. Eigenlijk heeft ze die berg niet zelf beklommen, een Sherpa sjouwde haar omlaag omdat ze niet meer op haar eigen benen kon staan. Dat suggereert hij. Kennelijk overvalt mannen een enorme castratieangst wanneer een vrouw het initiatief neemt om de mannelijke expeditie naar de piek te willen maken, vast te leggen of zelfs te doorprikken.
Krakauer heeft zijn vrouw niet durven te vertellen dat hij de Everest op gaat. Zij huilt op het vliegveld. Want ze is kwaad. ‘Ik ga niet dood, doe niet zo melodramatisch,' zegt hij.
Matt Dickinson heeft ook huwelijksproblemen. ‘Mijn huwelijk van elf jaar stond op springen, en verkeerde in een crisis die ik absoluut moest oplossen. Ik realiseerde me dat Everest mij de ruimte kon geven die ik nodig had om mijn problemen op te lossen.'
Maar als Dickinson terugkomt is hij niet veranderd. ‘Misschien moet Fiona die berg eens beklimmen – als ze zichzelf naar de top sleepte zou ze die grote hemelse dak zien. Misschien moet ik het voorstellen. Maar, nu ik er zo over nadenk, denk ik toch niet dat het zo'n goed idee is. De logistiek om al die gin en tonic de berg op te sjouwen zou zelfs de meest briljante leider uit het veld slaan.' Hij klimt, zij drinkt.
Een relatie met een klimmer is altijd een driehoeksverhouding. Hij is getrouwd met haar en met de berg. De Mount Everest is de concurrent. Die berg is een vrouw. Moeder Godin wordt zij genoemd. Chomolungma. Ze wordt vereerd en is heilig. Zij bepaalt wie haar mag bestijgen.
Ik wil op zoek naar meer klimboeken van vrouwen. Ik wil weten hoe zij de piekervaring vastleggen. Julie Tullis, Alison Hargreaves, Rebecca Stephens.
04.00 uur 's nachts
Mariska Mourik! Ik was de Nederlanders vergeten!
8 november 2000
Vroeg opgestaan. Warm aangekleed. Naar de boekhandel geweest. Boeken van Ronald Naar, Bart Vos en Mariska Mourik gekocht. Ook een bundel, Hoogtepunten uit de bergliteratuur . En Krakauer, voor Lotte, mijn zus. Dat zal ze leuk vinden, denk ik. Ik zal het haar direct vanmiddag opsturen.
‘Zet het maar op de rekening,' zeg ik blij tegen de boekhandelaar.
9 november 2000
Tjonge, wat doet Mariska Mourik literair. Afknapper is ook dat ik in hoofdstuk twee meteen in kamp 4 lig. Als lezer hoor je toch echt eerst vijf keer de ijsval in en uit te zijn geweest. Maar ze schrijft wel de waarheid, dat denk ik.
Waarom heb ik zo veel sympathie voor Bart Vos?
Lotte belt. Ze is blij met het boek en vraagt zich af waarom ze zo lang niks van me heeft gehoord.
10 november 2000
Alleen de top telt.
Dickinson: ‘I legde mijn hand op de top en trok mijzelf omhoog naar het dak van de wereld. Tot mijn verrassing begon de tranen te stromen, de eerste keer dat ik weer huilde sinds mijn kindertijd.
Gammelgaard: ‘Hijgend en happend naar adem, terwijl de tranen over mijn gezicht stromen, word ik met ontzag vervuld. Ik huil met een overweldigende vreugde. Dit is mijn thuis.
Maar de top is ook niet alles.
Krakauer: ‘Ineens kon ik niet hoger klimmen en stond ik boven op een smalle wig van ijs, versierd met een weggegooide zuurstoffles en een geteisterde aluminium markeringspaal. […] Bij het bereiken van de Mount Everest had zich een ongekend gevoel van vervoering meester van me moeten maken […] maar de top lag eigenlijk pas op de helft van de route. Iedere neiging tot zelfgenoegzaamheid werd tenietgedaan door een overweldigende vrees voor de lange, gevaarlijke afdaling die nog voor me lag.'
Bart Vos. ‘Voel me eenzaam, ben bang'.
13 november 2000
Ik verbaas me erover dat al die mannen weer gaan klimmen nadat ze tragedies hebben overleefd. Joe Simpson. Bart Vos. Matt Dickinson spreekt op de laatste bladzijde de hoop uit dat hij gebeld wordt om aan een expeditie van de K2 mee te doen. Klimmen is verslavend, maar de vrouwen zijn verstandiger. Mourik is nooit meer teruggeweest naar de Himalaya. Gammelgaard is ook gestopt. ‘Mount Everest leerde mij een waardevolle les. Ik zal mijzelf nooit meer blootstellen aan zo'n objectief riskante onderneming. Nooit! Leven is zo waardevol. Het leven is zo kort.'
14 november 2000
Ik heb lichte hoofdpijn en een vervelende hoest opgelopen. Misschien omdat ik zonder mijn goretex-jas aan naar de boekhandel ben gefietst. Ik ga in bed liggen. Ik doezel. Voel me slap, alsof ik griep heb.
16 november 2000
Ivo belt! Hij staat in een antiquariaat in Amsterdam en hij heeft goed nieuws.
‘Julie Tullis op de kop getikt'.
Ik zend hem een gsm-gelukstelegram en kijk vol verlangen uit naar het pakje dat deze week in mijn bus zal vallen.
Ik voel me weer goed vandaag. Ik voel me sterk.
20 november 2000
Juist als ik op het punt sta na een lange periode van afwezigheid weer naar mijn werk te gaan, gaat de telefoon. Ik noem mijn naam, maar aan de andere kant klinkt een onbekende stem.
‘Hallo, met John'.
John?
‘Ik heb je in het vliegtuig ontmoet.'
‘John!'
‘Ik zoek iemand die een reisverslag wil maken in Nepal. Ik zal je materiaal sturen.'
Zodra ik heb opgehangen rolt er iets uit de fax. Een leuke foto van mezelf. Ik heb een bloemenkrans om mijn nek en achter mij hangt een rood spandoek. Welcome Stine solo Everest Expedition 2001.
Dit kan niet waar zijn. Ik barst in tranen uit. Ik voel in al mijn aderen dat ik leef.
03.00 uur 's nachts
Mijn vriend maakt me wakker.
De nacht duurt eindeloos. Ik moet eigenlijk wat eten, maar ik heb geen honger. Ik overweeg wat sneeuw te gaan smelten, maar ik zie ertegenop om mijn sloffen aan te doen. Dat duurt zo'n half uur. En voor ik ben aangekleed nog een uur verder. Ik moet wat drinken. Mijn hoofd voelt zwaar.
Mijn vriend zegt dat hij bezorgd om me is. Hij vraagt of ik John nog heb gesproken.
‘Ik ga heus niet dood,' zeg ik. ‘Ik heb het alleen wat koud.' Ik pak muts, sjaal en handschoenen en ga in bed liggen. Ik probeer wat te slapen.
20 november 2000
Vandaag proef gepakt. Vijfentwintig tubes zonnecrème moet genoeg zijn. Twee potjes pindakaas.
Lichte paniek. Ik kan mijn zaklamp nergens vinden. Zou ik door zo'n stomme fout niet weg kunnen? Mijn God, waar is die zaklamp!
23 november 2000 , middernacht
Schiphol. ‘Flight klm 8848 to Kathmandu, please go to gate.'
Mijn geliefde komt me uitzwaaien. Hij huilt. En wijst op mijn koffer.
‘Je hebt te veel boeken bij je.'
‘Lieveling,' zeg ik, ‘dit is al bij al een opwindende zaak. Ik weet dat het me goed zal doen, een tijdje van huis.'
In mijn linkerhand houd ik een ticket geklemd. Everestflight staat erop. Om mijn nek bungelt een fototoestel.
John is er ook. Hij draagt een witte jas. Hij heeft een soort batch opgespeld. ‘Ik loop even met je mee.' Ik knik hem vriendelijk toe.
Ik ben er klaar voor.
Naar de top
En veilig terug
Geen O 2
Ik voel me sterk.
Naschrift
1 december 2000
Beste John,
Ik had de symptomen moeten herkennen. Ze was chagrijnig als ze geen boeken in huis had. Als ze een weekend zonder zat, reed ze vanuit Maastricht naar Amsterdam, omdat daar zondags de winkels open zijn. Ze sloeg soms wartaal uit. Was vaak kortademig en kreeg tijdens het lezen een koortsige kleur op haar wangen. Ze gaf iedereen die ze kende een exemplaar van De ijle lucht van Krakauer cadeau. ‘Naar de top en veilig terug. Geen O 2 ' schreef ze erin. Maar haar handschrift was priegelig, bijna onleesbaar. Leek op dat van een kleuter.
Ik heb haar ooit een van uw artikelen over leesverslaving gegeven uit British Studies of Psychiatry , maar ze zei me dat ze geen tijd had om dat te lezen. Het ziet er ook wel ingewikkeld uit, met al die tabellen en percentages. Ik gaf haar toen een stuk uit Vrij Nederland van Sarah Verroen, dat u ongetwijfeld kent. ‘Veilig klimmen vanuit de leunstoel'. Verroen schrijft dat ze graag leest over klimmersavonturen op de Everest. Ze schrijft ook dat ze talloze fotoboeken heeft gekocht zodat ze zich voor kan stellen hoe het er daar uitziet. Want directe ervaring heeft ze zelf niet. Ze heeft hoogtevrees en beperkt haar activiteiten tot lezen en plaatjes kijken. Liggend op haar sofa is ze al meer dan honderd keer de ijsval in en uit geweest. Ze schrijft dat de mensen die de Everest beklimmen een beetje gek zijn. George Mallory, de klimmer die in 1923 de Everest probeerde te bedwingen, zei als antwoord op de vraag ‘waarom doe je het', ‘Because it's there'. Het enige juiste antwoord. Er is geen rationele reden voor te bedenken. Niemand kan op die hoogte beweren dat hij geniet van het uitzicht. De Everest beklimmen is gekkenwerk, dat is bekend. Verroen heeft erover geschreven, en ik denk dat schrijftherapie, zoals u ook in uw artikel opmerkt, inderdaad goed is.
Als ik nu bij mijn zus op bezoek kom, vraagt ze me steeds waar dat boek is gebleven en of ik het niet voor haar mee kan nemen. Ik leg haar uit dat er nog enkele rekeningen bij boekhandels openstaan. Ze volhardt. Ze wil het boek van Anatoli Boukreev terug dat op onverklaarbare wijze uit haar handbagage verdween. Ze is niet helemaal zichzelf. Ze suggereerde zelfs dat ik het van haar had afgepakt! Ze verveelt zich in de schrijftherapie, zegt ze. Als ik haar voorstel om met wat mensen te gaan praten, antwoordt ze: ‘Lezen is een solosport.'
John, ik laat het voor deze sessie even hierbij. Moet nu ophouden met schrijven. Straks komt de verfilming van De ijle lucht in op televisie. Die wil ik niet missen.
Vriendelijke groet,
Lotte Jensen
|