|
Een aap is ook maar een mens, Observant oktober 2002, jrg. 23 nr. 6
Vrouwen hebben iets met apen, ontdekte filosoof en literatuurwetenschapper Stine Jensen (30). In romans komt het zelfs tot seks. En mannen? Die voelen zich bedreigd door deze vreemde concurrent. Jensen promoveerde op het onderwerp.
|
Curriculum Vitae
Stine Jensen studeerde algemene literatuurwetenschap en filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Een bewerking van haar doctoraalscriptie voor filosofie verscheen vorig jaar in boekvorm: 'De verlangenmachine. Vrouwen in de popmuziek'
Ze combineert sinds 1997, het begin van haar aio-schap in Maastricht, haar wetenschappelijk werk met journalistieke activiteiten. Jensen schrijft literatuurrecensies en artikelen over populaire cultuur voor 'NRC Handelsblad' en publiceerde in onder meer 'Filosofie Magazine' en 'Marie-Claire'.
Daarnaast is ze in deeltijd universitair docent televisiestudies bij de opleiding algemene cultuurwetenschappen in Nijmegen.
|
Een stukje in de Volkskrant of NRC handelsblad is vaak al heel mooi voor een proefschriftschrijver. Stine Jensen kreeg beide, maar daar hield het niet mee op: het radio 2-ochtendprogramma Cappuccino hing aan de lijn, damesblad Flair wilde een gesprek en Jack Spijkermans tv-show Kopspijkers nodigde haar uit in de studio. Ze is net terug van een dagje interviews geven in België.
Jensen koos dan ook een zeldzaam sexy onderwerp voor haar dissertatie: Waarom vrouwen van apen houden; een liefdesgeschiedenis in cultuur en wetenschap, luidt de titel. Twee weken geleden promoveerde ze aan de Maastrichtse faculteit cultuurwetenschappen. In haar kleine appartement in de Amsterdamse Rivierenbuurt is het nog een en al aap wat de klok slaat met ansichtkaarten, knuffels, een masker. Allemaal cadeautjes, zegt ze.
Na vijf jaar ploeteren geniet ze van de aandacht voor haar werk, dat ook in een handelseditie verscheen. Ze praat er geroutineerd over, dist actuele voorbeelden op en vertelt gezellige anekdotes. Zo is er haar oude, verfomfaaide knuffelaapje Curious George met zijn verschoten rode jasje. "Ik heb zelf jaren met een aap in bed gelegen!"
Dat vrouwen het aanleggen met apen, daar had Jensen toen ze aan haar onderzoek begon nog nooit van gehoord. Een echte dierenliefhebber is ze ook al niet: "Allergisch voor katten en bang voor honden." Het was bij toeval dat ze op het onderwerp kwam, na zich "suf te hebben gepiekerd" over hoe ze de opdracht - een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap - concreet zou maken.
In een roman van de Deense schrijver Peter Høeg stuitte ze op een passage over een vrouw die seks heeft met een aap en er met hem vandoor gaat. "Bizar, vond ik. Maar toen ik er met mijn promotor Wiel Kusters langer over nadacht, ontdekten we dat dergelijke relaties al veel vaker zijn beschreven."
Neem de film King Kong uit 1933: een reuzenaap wordt verliefd op een vrouw en ontvoert haar. In 1928 schreef Albert Helman een kort verhaal (Mijn aap schreit) over een man die een aap koopt. Hij wordt stikjaloers als blijkt dat alle vrouwen om hem heen zich aangetrokken voelen tot het dier. En wat te denken van al die vrouwelijke wetenschappers die met apen werken (primatologen), zoals Jane Goodall en Dian Fossey?
Stine Jensen onderwierp de verhalen, de film en de teksten van en over de wetenschappers aan een nauwkeurig leesonderzoek. Ze analyseerde, associeerde en ontrafelde. Vervolgens moest er een coherent verhaal op tafel komen en dat was geen sinecure. "Na twee jaar kon ik nog niet in vijf zinnen uitleggen waar het over ging. Ik dacht: ik stop ermee. Toen heb ik alles naast elkaar gelegd en tot mijn grote vreugde zag ik er structuur in. Dat was een dankbaar moment."
Ze hield de vraagstelling eenvoudig: wat hebben vrouwen met apen en waarom? Maar dat is bepaald niet het enige wat in het boek aan de orde wordt gesteld. En misschien zelfs niet het belangrijkste.
Het proefschrift gaat bijvoorbeeld ook over dubbelzinnigheid en hoe mensen daarop reageren. Heeft dat nog met apen te maken? Jawel. Apen - eigenlijk: mensapen - zijn namelijk bij uitstek dubbelzinnige dieren, betoogt Jensen.
Dat zit zo: sinds Darwin in de negentiende eeuw met zijn evolutieleer op de proppen kwam, is de soortgrens niet meer zo duidelijk. Is de mens nu een aap, of is de aap een mens? Een lastige kwestie, en daar houden mensen niet van. "In deze tijd heb je bijvoorbeeld de geëmancipeerde vrouw die een hoofddoekje draagt. Het hoofddoekje wordt geassocieerd met onderdrukking. Mensen vragen zich af: is zij nu geëmancipeerd of niet? Is zij westers of fundamentalist? Dat zijn twee uitersten, terwijl het antwoord waarschijnlijk in het midden ligt."
Aan dat laatste heeft vaak niemand een boodschap: de dubbelzinnigheid moet weg, die verstoort het wereldbeeld maar, en het beeld dat mensen van zichzelf hebben. Iemand tóch in een hokje duwen is één oplossing. De apen in de literatuur van Jensen hebben het dikwijls zwaarder te verduren.
In Mijn aap schreit, bijvoorbeeld, vergiftigt de hoofdpersoon zijn aap met cyaan. En terwijl het dier sterft, speelt zijn baas "trage muziek van donkere, dikke tonen". De man is zijn aap gaan haten: die krijgt aandacht van vrouwen en lijkt daardoor op een mens, maar heeft tegelijk het driftleven van een dier. Het maakt de hoofdpersoon, die moeite heeft met zijn eigen gevoelsleven, onzeker over wie hij is en hoe hij moet leven. Hij kan de dubbelzinnigheid van de aap niet aan, concludeert Jensen. Het dier moet daarom dood, op een wrede, mensonwaardige manier.
Ook in De vrouw en de aap van Peter Høeg uit 1995 - het boek met de seksscène - moet de man het afleggen tegen een aap. Het verhaal gaat over een vrouw (Madelene) die verliefd wordt op de aap Erasmus, omdat ze van haar echtgenoot nauwelijks aandacht krijgt.
Juist Erasmus' dubbelzinnigheid spreekt haar aan. Hij is "zachtaardig en heldhaftig, lief én macho, gevoelig en een heerlijk stuk vlees": menselijk én dierlijk en precies wat vrouwen tegenwoordig willen, aldus Jensen. Daarom houden ze ook zo van apen.
En de mannen? "Die raken in een identiteitscrisis: hoe moeten ze zijn? Een oerman, gevoelig en toch doortastend?" Het gevolg: ze willen af van de aap. Erasmus heeft trouwens geluk. Hij en Madelene gaan samen verder en krijgen zelfs een kind.
De aap als sekspartner: het is onwaarschijnlijk, maar in een roman kan het. Fictie kan bevrijdend zijn en dóór denken waar de werkelijkheid stopt, meent Jensen. Want hoewel de wetenschap de aap nog niet als mens beschouwt, staat de soortgrens wel degelijk ter discussie. Zo schrijft ze over The Great Ape Project: een boek waarin 36 onderzoekers betogen dat mensapen mensenrechten zouden moeten krijgen. Met allerlei wetenschappelijk bewijsmateriaal tonen zij aan hoezeer mens en aap op elkaar lijken. "De consequenties die dat zou hebben, zijn enorm. Wie een aap om het leven brengt zou voortaan de doodstraf kunnen krijgen in de Verenigde Staten. Wie apenvlees eet is een kannibaal."
Hoe het afloopt? Dat weet niemand, ook Jensen niet. In haar conclusie laat ze de vraag of de soortgrens ooit zal worden opgeheven, open.
Haar eigen ideeën over de soortgrens zijn de afgelopen vijf jaar wel veranderd. Meer richting de 'aap is mens-theorie'. In de Apenheul en in Artis, waar ze zo nu en dan aapjes ging kijken, zag ze kinderen apen tekenen met kleren aan, alsof het mensen waren. Andere bezoekers aapten apen na. "De apensoort waar een persoon het meeste mee heeft, zegt iets over hoe hij is." Zelf was ze tijdens het schrijven van haar proefschrift een oerang-oetan: stil en in zichzelf gekeerd. Toen ze klaar was, veranderde ze in een gorilla: "Die zijn heel groot, macho en indrukwekkend."
Marieke de Wit
|