Recensie 'Leugenaars'
De Volkskrant door Paul Depondt

'Jokken, neppen, tillen, flessen, bedotten, beduvelen, belazeren, kwakzalven, zwendelen en verlakken: er zijn meer synoniemen van aan liegen gerelateerde woorden dan van het begrip 'waarheid'. Leugens komen in soorten en maten. 'Ze hebben een kleur en een omvang', schrijft Stine Jensen in Leugenaars. 'Ze dragen een maatpak, een jeugdige spijkerbroek of zelfs een witte bruidssluier.' Iedereen liegt, ook al gebruiken mensen eufemismen voor hun bedrog en verontschuldigen ze zich 'het niet meer precies te weten'.

Jensen noemt zichzelf een beroepssnuffelaar die de kunst van het bedriegen wil ontmaskeren - tot ze aan het eind van het boek zelf wordt ontmaskerd en door de mand valt, als ze bij het doorzoeken van de spullen van haar vriend door hem wordt betrapt.

Nu zou je denken dat er over de homo mentiens, de liegende mens, veel boeken zijn geschreven omdat 'liegbeest' een adequate typering van de soort is, maar dat is niet zo. Filosofen buigen zich over de waarheid, niets dan de waarheid, en verwaarlozen een van de kenmerkendste eigenschappen van de mens: we liegen zelfs de waarheid, een beetje waarheid is al snel een halve leugen.

Leugenaars (in de sprankelende reeks 'De passie van...', een initiatief van Filosofie Magazine en Lemniscaat) is een bevlogen geschreven, pretentieloos en persoonlijk-filosofisch verslag van Jensens snuffelobsessie en haar passie en fascinatie voor leugenaars. Ze gaat op zoek naar de drijfveren van de liegende mens. In een van de langere hoofdstukken analyseert ze de sportleugens van klimmers, de stoere verhalen van Bart Vos die beweerde dat hij de eerste Nederlander was op de top van Mount Everest. Waarheid hoog op een berg evenwel lijkt een grijs gebied; hoe meeslepender een klimmer vertelt, hoe meer verhalen hij over zijn klimprestaties verzint.

Mag een schrijver, vraagt Jensen zich af, ook in zijn memoires liegen, aandikken en verzinnen Kunnen herinneringen fictie zijn Toen journalist Frank Westerman De Gouden Uil kreeg voor zijn non-fictieboek El Negro en ik pleitte hij voor het opheffen van het wazige onderscheid tussen fictie en non-fictie; hij stelde de tweedeling frictie en non-frictie voor, 'waarbij boeken uit het eerste genre ontwrichten, prikkelen, choqueren'. Jensen wikt en weegt zogenaamd plagiaat, ook een vorm van liegen en zelfbedrog, ze onderzoekt 'kunstleugens' in romans en auto-fictionele literatuur, spreekt met kunstvervalser Geert Jan Jansen (het omslagbeeld van het boek is een van zijn vervalsingen van Picasso - al herken je meteen dat het absoluut geen Picasso is).

Die snuffelsessies leiden tot de kern van haar betoog: de vraag welk leven te prefereren is, dat van de waarheidszoeker of dat van de romantische dromer, het verschil tussen the true story en the best possible story. Haar boek is een kleine filosofie van het liegen.

Jensen zet drie filosofische posities op een rijtje en legt ze in vijf intermezzo's voor aan enkele schrijvers die hun favoriete leugenaar mogen noemen. Is liegen een verwerpelijke eigenschap, een kunst, of een noodzaak De verlichtingsdenker Kant zegt dat je in principe niet mag liegen; volgens rechtsgeleerde en politiek filosoof Bentham mag je liegen als dat de schade beperkt, en Nietzsche meent dat 'de waarheid' een leugen is. Misschien heeft de kerkvader Augustinus gelijk: hij vond liegen slecht, eigenlijk onoorbaar, maar er bestaan meer en minder ernstige leugens.'