 |
Per Olov Enquist
Slimme mensen maken ook fouten
Gesprek met schrijver Per Olov Enquist
Het succes van zijn roman 'Het bezoek van de lijfarts' heeft Per Olov Enquist verrast. Critici waren altijd al lovend over zijn door historische figuren geïnspireerde fictie. 'Nu heb ik, voor het eerst in mijn leven, een bestseller geschreven!'
Het mooiste compliment dat Per Olov Enquist kreeg voor zijn roman Het bezoek van de lijfarts kwam van een oude Deense vrouw. Na een lezing in Kopenhagen vertrouwde ze de zaal toe dat ze vond dat de Zweedse schrijver prachtig over de liefde had geschreven. Zo mooi zelfs, dat ze voor het eerst sinds jaren weer fysieke opwinding had gevoeld. Enquist: “Toen ik opstond zag ik pas hoe oud ze was. Ze was misschien 95! Ik was werkelijk ontroerd. Dat ze het lef had om op te staan om dat te zeggen.'
Het bezoek van de lijfarts, de veel geprezen historische roman over de politieke en amoureuze perikelen aan het Deense hof in de periode 1768-1772, voerde bij de verschijning in 1999 in Zweden wekenlang de bestsellerlijsten aan. In Denemarken werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht, en zowel in Nederland als in Duitsland is het boek een daverend succes. In Frankrijk kreeg de roman onlangs een prijs voor het beste buitenlandse boek toegekend en inmiddels is een Engelse vertaling op komst.
Voor Nederland betekende het succes een hernieuwde kennismaking met de Zweedse schrijver. Lang geleden verwierven twee vertaalde romans hier bekendheid. Geen asiel voor legioensoldaten (1968) gaat over de Zweedse `Baltenaffaire', het protest van de Zweedse bevolking om na de oorlog 167 Balten, van wie de meesten onvrijwillig aan Hitlers zijde hadden meegevochten, uit te leveren aan Rusland. In Het record (1971) vertelde Enquist over het bedrog van een Zweedse kogelslingeraar die met een te lichte kogel een Olympisch record vestigde. Ook verschenen Uit het leven van regenwormen (1985), een toneelstuk over H.C. Andersen, het televisiescenario Strindberg, een leven (1985) en de novelle Verbannen engel (1987).
Het is maar een fractie van het enorme oeuvre van een zeer productieve auteur. De 66-jarige Enquist is in zijn geboorteland een gevierd en veelvuldig gelauwerd schrijver van historische romans, literair-experimentele novelles, toneelstukken, politiek geëngageerde columns, thrillers en filmscenario's. Wat opvalt in zijn werk is de belangstelling voor historische figuren, Scandinavische schrijvers in het bijzonder.
Ook Het bezoek van de lijfarts is gebaseerd op historisch onderzoek en biedt een nieuw perspectief op de geschiedenis. De zwakzinnige zeventienjarige koning Christian VII kreeg een Duitse lijfarts toegewezen, Struensee, die in die positie niet alleen alleenheerser werd van Denemarken, maar ook een zinderende affaire begon met de vrouw van de koning, Caroline Mathilde. Enquist portretteert hen als sympathieke figuren en laat zien hoe onrechtvaardig de ter dood veroordeling van de verlichtingsdenker Struensee was.
Hartoperatie
Enquist schreef de roman tijdens een verblijf in Denemarken, waar hij veel tijd doorbracht om historisch onderzoek te verrichten. Inmiddels werkt hij weer in zijn `kantoortje' zoals hij zelf zegt in het zuiden van Stockholm. `Kantoortje' is een understatement. In een luxe bedrijvencomplex heeft hij op de derde verdieping een schitterend appartement met uitzicht op een park. Het staat er bomvol met boeken en er is een keuken waar zakjes met oploskoffie en half opengebroken pakjes sigaretten rondslingeren. Het meubilair is eenvoudig: een klein bureautje, een bank en een `interviewhoek', waar zich een leunstoel bevindt en een merkwaardig soort stoel waarop je alleen maar languit kunt gaan liggen.
“Gaat u maar op deze sofa liggen', zegt de schrijver, die er zichtbaar van geniet zijn gast in verlegenheid te brengen. Zelf neemt hij plaats in de leunstoel en steekt een sigaret op. “Ik zou het niet moeten doen. Ik heb net een hartoperatie achter de rug, nog geen veertien dagen geleden. Het begon een maand geleden: ik hijgde de hele dag en wist niet wat er aan de hand was. Ik probeerde de pijn weg te sporten, maar dat hielp niet. Als ik had geweten dat het mijn hart was, was ik bang geweest. Al mijn generatiegenoten, mijn collega-schrijvers om me heen gaan dood. Het roken, ja, het is dom. Weet u dat ik daar pas op mijn 55ste mee begonnen ben? Maar het is minder erg dan het drinken. Sinds het begin van de jaren negentig drink ik geen druppel meer.'
Het interview is nog maar net begonnen, of we praten over zijn vroegere alcoholisme, een verslaving die hem bijna fataal werd. Alcoholisme is een terugkerend thema in zijn werk, maar nooit was het zo prominent aanwezig als in zijn toneelstuk Bildmakarna (The Image Makers, 1998), over de Zweedse schrijfster en Nobelprijswinnaar Selma Lagerlöf en haar problematische relatie met haar alcoholistische vader. Het stuk deed nogal wat stof opwaaien. “Sommigen vonden dat ik te nauw naar haar werk had gekeken, dat ik overal alcohol zag. Maar ik herkende het, ik zag het op elke bladzijde: ze schreef over wat ze eigenlijk probeerde te verbergen.'
Enquist maakt graag schrijvers tot onderwerp van boek, film of toneelstuk. “Omdat ik zelf een schrijver ben voel ik de nauwe connectie tussen hun werk en leven. Ik kan zien wat ze proberen te verbergen. Ze zijn allemaal duister en gecompliceerd en ik laat ze van hun menselijke kant zien. Neem Knut Hamsun, de Noorse Nobelprijswinnaar die beschuldigd werd van fascistische sympathieën. Hoe kon een slimme man als hij zulke fouten maken? En toch is het menselijk.'
Het zijn vaak controversiële portretten die Enquist van historische figuren schetst, waarbij historici zich buigen over de vraag of het een `accuraat portret' is. Enquist: “Ik schrijf romans, geen Wissenschaft. Wel zorg ik dat de feiten kloppen. De data in Het bezoek van de lijfarts zijn bijvoorbeeld door een hoogleraar geschiedenis gecontroleerd. Voor wat ik doe, gebruik ik zelf de term `non-fiction novel', fictie gebaseerd op documenten. Voor Het bezoek van de lijfarts las ik alles over Struensee de proefschriften, de Duitse romans en zelfs een Hongaars toneelstuk en begon fragmenten te schrijven. Ik wist nog niet wat het zou worden, een film, een toneelstuk of een roman. Het werd dat laatste. Er was wel een toneelstuk over hem verschenen in Denemarken, maar nog geen roman.'
Enquists boek heeft inmiddels een rage ontketend: er zijn nu tentoonstellingen gemaakt over Caroline Mathilde in Noord-Duitsland, waar ze stierf, en in Denemarken is een grote tentoonstelling ingericht over Christian VII en Struensee. En er verschijnt een film naar aanleiding van het boek, een Deense productie met een internationale cast, waarvoor Enquist het script zal schrijven. “Het succes heeft me verrast', vertelt Enquist. “Ik heb altijd goede kritieken gehad, maar een bestseller had ik nog nooit geschreven. Sinds mijn roman over de Baltenaffaire heb ik over aandacht van de pers niet te klagen. Eigenlijk is dat altijd zo gebleven: goede kritieken zelfs als iets waardeloos was maar weinig verkoop. Nu heb ik, voor het eerst in mijn leven, een bestseller geschreven!'
Ook in Denemarken is het boek enthousiast ontvangen. “De Deense houding ten opzichte van de periode van Struensee is altijd ambivalent geweest. Het is een donkere periode waarover men liever zwijgt, men schaamde zich voor de pijnlijke periode. De Denen zagen koning Christian VII als een gek, maar ik heb hem van zijn menselijke kant laten zien, ik heb de Denen iets gegeven om trots op te zijn. Ze beschouwen mij sinds mijn stuk over Andersen als een van hen, en ik beschouw mezelf ook als half-Deens, omdat ik er vijftien jaar heb gewoond en met een Deense getrouwd ben geweest.'
Hele kluif
Met grote interesse bekijkt Enquist de Nederlandse vertaling van zijn roman. “Voor vertalers moet het een hele kluif zijn geweest. Het is namelijk geschreven in het plusquamperfectum. Bijvoorbeeld: `Ze had daar gezeten'. Dan refereer je naar iemand anders die dat waarnam. Vergelijk dat met het presens 'Ze zit daar'. Dan is het alsof je het zelf hebt waargenomen. Het plusquamperfectum is ideaal voor historische romans, omdat het de onafhankelijke autoriteit versterkt. De titel is trouwens ook lastig om te vertalen. In het Zweeds klinkt Livläkarens Besök ironisch, en zo is dat ook bedoeld. Het is een understatement. Struensee kwam niet eventjes op doktersvisite langs, maar bleef vier jaar. Met zijn ingrijpende voorstellen tot verandering van de Deense samenleving, veroorzaakte hij een `Deense revolutie' een term die ik zelf bedacht om aan te geven dat het een voorbode was van de Franse revolutie.'
Liever dan over Het bezoek van de lijfarts praat Enquist over zijn jongste boek, dat net een paar dagen geleden in Zweden is verschenen en dat door hem wordt getypeerd als `weer een non-fiction novel'. Lewis Resa (De reis van Lewi), gaat over Lewi Pethrus (1884-1974), de stichter van de Zweedse Pinkstergemeente en de oprichter van de Christen-Democratische Partij. “Ik heb het boek aan mijn moeder opgedragen, die begin jaren negentig overleed. Het gaat in zekere zin over mijn jeugd in het hoge noorden. Ik werd opgevoed volgens Pethrus' beginselen: geen drank, geen bioscoop, geen theaterbezoek. Als intellectueel behoor je hem te haten, maar dat doe ik niet. Controversieel is dat ik over hem schrijf als een gecompliceerd en sympathiek man. Ik was daarover zelf verrast, omdat ik mijn beeld van hem moest herzien. In zekere zin ben ik milder geworden over wat men mij tijdens mijn jeugd bijbracht.'
Voor het schrijven van dit type fictie moet je veel lezen, vertelt hij. “Pethrus heeft 54 boeken geschreven, die heb ik allemaal gelezen. Eigenlijk lees ik alleen nog maar non-fictie dat komt ook door mijn werk als politiek columnist. Heel af en toe lees ik nog wel eens een slechte of goede thriller voor de ontspanning, omdat die je kan opslorpen.' Enquist, die ooit een proefschrift schreef over het werk van de Zweedse thrillerschrijver Thorsten Johnsson en samen met de journalist Anders Ehnmark drie thrillers publiceerde, kan zich het best ontspannen met John Le Carré (`een fantastisch schrijver, helaas ondergewaardeerd'). Met de Nederlandse literatuur is hij ook enigszins bekend. “Anna Enquist! Ik kwam haar ooit tegen op een boekenbeurs en ze zei: `het spijt me dat ik je naam heb geleend'. Ze zag mijn boek in een etalage liggen, ik geloof dat het Musikanternas Uttåg was, en ze vond mijn naam zo mooi. Ik heb daarna twee van haar boeken iets met een piano? , met veel plezier gelezen.'
Recensies
En al die boeken die door academici over hem worden geschreven, leest hij die? “Nee, ik lees ze niet, ik blader ze hooguit even door. Ze leren me niets over mezelf! Ik bedoel, dan schrijft er een Amerikaanse professor over je: `zijn grootste thema is de zoektocht naar de waarheid'. Welke schrijver zoekt er nou niet naar de waarheid? Maar het is natuurlijk wel mooi dat ze over mij schrijven. De recensies, ja, die lees ik altijd, dat wil zeggen, de laatste drie regels. Maar zoals gezegd, ik krijg maar weinig slechte recensies. Waar ik trouwens echt wakker van lig, is een slechte toneelrecensie. Je bent dan niet alleen, maar verantwoordelijk voor de acteurs en de regisseur. Je weet dat zij dóór moeten, dat zij jouw miserabele zinnen de volgende avond weer moeten voordragen; zij moeten de last dragen, avond na avond. Dat is verschrikkelijk!'
De Duitse schrijver en Nobelprijswinnaar Günter Grass heeft Enquist ooit genoemd als potentiële kandidaat voor de Nobelprijs, maar Enquist vindt niet dat hij die moet krijgen. “Wij Zweden hebben het privilege de prijs weg te geven. Het is goed voor de promotie van literatuur. Maar nooit meer moet een Zweed die prijs krijgen! We hebben geleerd van de tragische geschiedenis van Johnson en Martinson in 1974. Men suggereerde toen dat ze de prijs kregen omdat ze Zweden waren. Martinson, die zelf ooit in het comité had gezeten, werd zo zeer bekritiseerd dat hij gek werd en uiteindelijk pleegde hij zelfmoord. Er zijn genoeg grote schrijvers die geen Zweden zijn. En voor ons zijn er prijzen in het buitenland. Als ze me in het buitenland eren vind ik het prachtig.'
De schrijver hoopt dat na het succes van Het bezoek van de lijfarts meer van zijn werk in het Nederlands vertaald zal worden. “Mocht het Kapten Nemo's Bibliotek worden, dan moet men de eerste dertig bladzijden, de proloog, overslaan. Ze zijn verschrikkelijk. Begin bij hoofdstuk 1.' Had hij ze niet kunnen schrappen, zoals hij eerder zijn sportroman Het record herzag? “Nee, dat doe ik niet meer, niet bij dit boek. Ik beschouw het als een van mijn belangrijkste en persoonlijkste werken. Het gaat over een babyverwisseling. Ik schreef het toen mensen om me heen stierven en het redde mijn leven. Eigenlijk gaat dat boek over overleven. Daarover gesproken: ik ga zo voor het eerst sinds mijn operatie weer tennissen.'
In zijn jongere jaren was Enquist sportjournalist en behoorde hij tot een van de beste hoogspringers in Zweden 1.97 was zijn persoonlijk record. Hij doet nog altijd aan sport. “Als je als intellectueel over sport schrijft, mag je in allerlei panels komen opdraven je mening geven over drugs en dergelijke. Daar heb ik mijn buik vol van. Ik sport liever zelf. Tennissen, want rennen is me te saai. Wie weet stort ik bij de eerste passen neer. Ah! Dan bent u de laatste die mij geïnterviewd heeft! Dan kunt u het zo opschrijven: `Toen ik de grote schrijver Per Olov Enquist ontmoette, leek hij blakend van gezondheid! Maar hoe verkeerd heb ik dat gezien!!'' Hij lacht en staat op. “Nee, ik ben niet bang voor de dood. Zo meteen tennissen, maar eerst nog een sigaret.'
Per Olov Enquist, 'Het bezoek van de lijfarts' . Vert. door Cora Polet. Uitg. Ambo, f 49,90. In het Engels verschenen onder meer ` The Night of the Tribades ' (1975) en 'Captain Nemo's Library' (1991). In het Duits verschenen diverse titels, waaronder zijn thriller 'Mann im Pool' (1979).
NRC Handelsblad van 07-09-2001, Pagina 21, CS, Interview
|