Doris Lessing

Een beetje een bad girl
Doris Lessing wil geen vrouwenschrijfster zijn

De Britse schrijfster Doris Lessing, ooit boegbeeld van het feminisme, schreef vier nieuwe novelles over de grote romantische liefde. “Vertel mij, bent u getrouwd?" "Leef, leef!", dat is het advies dat ze haar kleinkinderen influistert.
Doris Lessing (84) is in Nederland ter gelegenheid van de verschijning van De grootmoeders, de Nederlandse vertaling van The Grandmothers. Ze ontvangt enkele journalisten op haar hotelkamer in Amsterdam. Een paar maar, want ze heeft niet dezelfde energie als vroeger, vertelt ze. Ze woont in Londen, samen met haar zoon Peter, die ze verzorgt omdat hij een ernstige hartkwaal heeft. Elke ochtend wordt ze om vijf uur wakker en voert ze eerst de vogels in haar tuin (`an old woman”s occupation”). “Ouder worden is moeilijk voor iemand die ooit welhaast arrogant trots was op haar levenslust”, zegt ze. “Ik was een aantrekkelijke vrouw vol primitieve energie en vitaliteit. Ik kon uren lopen zonder moe te worden. Ik ging elke avond dansen. Ik sliep nooit.”
Maar de grand old lady van de Britse literatuur, die al jaren wordt genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur, oogt geenszins vermoeid. Haar ogen twinkelen, ondeugend haast in een rimpelig gezicht dat iets wegheeft van een wijze indiaan. Ze neemt haar gast zorgvuldig op. “Vertel mij, bent u getrouwd? Heeft u kinderen? En heeft u, net als ik, een wilde jeugd gehad?” Nee, Lessing laat zich niet zo gemakkelijk aan een vragenvuur onderwerpen. Ze draait de rollen met zichtbaar plezier om. “Dat is wat schrijvers doen, en je kunt ze er al uitpikken als ze heel jong zijn. Het zijn de mensen die er een beetje buiten staan en anderen observeren.”
Doris Lessing heeft een imposant en divers oeuvre op haar naam dat bestaat uit fictie, sciencefiction, non-fictie, korte verhalen, libretto”s voor opera, poëzie, theater, een stripboek en twee delen van haar autobiografie. Bekend is ze vooral van de realistische romans The Grass is Singing (1949), waarin ze het racistische klimaat beschreef in de voormalige Britse kolonie Zuid-Rhodesië (nu Zimbabwe) aan de hand van de liefdesrelatie tussen een blanke vrouw en een zwarte man op een boerderij, en van The Golden Notebook (1962), een roman over het innerlijke leven van de jonge communistische schrijfster Anna Wulf in Londen, inmiddels een feministische klassieker.
In de twee delen van haar autobiografie, Under my Skin (1995) en Walking in the Shade (1997), beschreef Lessing haar jeugd in Perzië (Iran) en Zuid-Rhodesië, haar twee huwelijken, waarvan het tweede met de communist Gottfried Lessing (van wie ze later scheidde, maar wiens naam ze behield), de oorlogsjaren in Afrika, en haar terugkeer naar Engeland in 1949. Na een aanvankelijke flirt met het communisme, wendde ze zich tot de mystieke oosterse Soefileer, waarvan de invloeden terug te vinden zijn in enkele van haar utopische romans en avonturenverhalen.

Verdriet
Het zojuist verschenen The Grandmothers bestaat uit vier novelles, door Lessing als `short novels” getypeerd. In het titelverhaal hebben twee vriendinnen een gepassioneerde liefdesrelatie met elkaars zonen. Tot groot verdriet van de jongens breken de twee vrouwen de relatie na tien jaar af omdat ze vinden dat de jongens een jongere vrouw moeten zoeken. “Het verhaal is echt gebeurd”, vertelt Lessing. “Het werd mij verteld door een vriend van één van de zonen uit het verhaal. Hij was kwaad dat de vrouwen de relaties beëindigd hadden. Maar ik begreep waarom: deze vrouwen stonden op het punt om oud te worden. De titel van het verhaal is ironisch: deze `oma”s” zijn een bedreiging voor hun schoondochter! Ik heb de vrouwen geen leeftijd gegeven, maar als je goed rekent, ontdek je dat de vrouwen hun relaties beginnen rond hun vijfendertigste, hun zonen zijn dan zo”n zeventien, achttien jaar. De heftige reacties op dit verhaal hebben mij verrast. Zo oud zijn die vrouwen toch niet, en zo groot is het leeftijdsverschil toch niet? Er is bovendien geen sprake van incest, wat veel mensen denken omdat de vierhoek zo complex is.”

Oudere vrouwen
Lessing is niet de enige kunstenaar die zich op dit moment buigt over relaties tussen oudere vrouwen en jongemannen. Germaine Greer publiceerde onlangs The Boy en Zoë Heller kwam met de roman Notes on A Scandal. Recent is ook de Britse film over dit onderwerp, The Mother (regie: Roger Michell, scenario: Hanif Kureishi, op dit moment te zien in verschillende Nederlandse bioscopen). Puur toeval, meent Lessing. “Liefdesrelaties tussen oudere vrouwen en jonge mannen komen veel vaker voor dan we denken. Omdat ze niet worden goedgekeurd door de omgeving wordt er echter weinig over gepraat. In Love, Again (1996) schreef ik al over de relatie tussen een oudere vrouw en een jonge man. Ik kreeg destijds veel brieven, onder andere van een vrouw die vijftig is en het aanlegde met een dertigjarige man. Ze zijn getrouwd en dolgelukkig. Dat geluk is je overigens gemakkelijker voor te stellen in een maatschappij die gericht is op plezier. Ik heb de plaats waar De grootmoeders zich afspeelt daarom bewust onbepaald gelaten, `ergens in het zuiden”. Deze vrouwen vinden zichzelf mooi, maar ze staan een beetje buiten de maatschappij. Ze liggen iedere dag in de zon en zwemmen in de zee.”
Ook haar laatste novelle, The Love Child, is gebaseerd op een echt gebeurd verhaal. In The Love Child gaat de jongeman James als soldaat in de Tweede Wereldoorlog op een schip naar Kaapstad. Daar ontmoet hij de mooie rijke dame Daphne met wie hij een affaire heeft. Hij keert terug, trouwt, maar hij blijft terugverlangen naar Daphne. Wanneer hij hoort dat er een kind is voortgekomen uit de relatie, keert hij terug naar Afrika om het kind te zoeken. Maar Daphne weigert elk contact. Lessing: “Dit is de enige échte onmogelijke liefde uit de bundel. Er zijn veel `love-children” in die tijd geboren, en van sommigen heb ik brieven ontvangen. Als de Britse troepen bij de Afrikaanse kust aankwamen, was het vier dagen feest. De hele stad trok uit. Er waren toen zoveel gepassioneerde liefdesaffaires, juist omdat ze geen toekomst hadden. James leidt een imaginair leven. Hij denkt dat hij met de mooie Daphne zijn leven had moeten delen. Hij heeft geen vrede met zijn huidige bestaan dat hij leidt, terwijl daar niks mis mee is en in feite wel degelijk `het goede leven” is. Hij is getrouwd met een aardige, goede vrouw en heeft een goede baan. Het verhaal eindigt wreed. Hij ligt met zijn vrouw in bed die hem liefdevol omhelst, terwijl hij denkt: `Als je dát tenminste liefde wilt noemen”. Maar zij weet wat liefde is.”
In drie van de vier novelles verlangen de personages hevig terug naar die ene grote passievolle liefde uit het verleden. In Victoria en Staveneys bijvoorbeeld raakt een arm zwart meisje op jonge leeftijd zwanger van een witte rijke jongen. Ze zoeken elkaar op latere leeftijd weer op. Wat inspireerde Lessing hiertoe? Ze grinnikt, en zegt, niet zonder ironie: “Ah! De romantische liefde. Barbara Cartland, “s werelds beroemdste schrijfster van romantische verhalen, gaf ooit een interview aan een bedeesde jongeman. Hij vroeg haar naar het geheim van haar schrijverssucces. Zij verhief haar stem en sprak hem met haar theatrale upperclass stem toe: `Het is je wellicht opgevallen, jongeman, dat al mijn romans hetzelfde plot hebben. Men neme een gevoelige onbegrepen jonge vrouw en een problematische man die slecht is. Zij wordt verliefd op hem en denkt dat ze hem gaat redden en veranderen. Vervolgens, my dear, laat je het verhaal eindigen op hun trouwdag, vóórdat ze erachter komt dat ze hem nooit zal veranderen.” Zo schrijf je een verhaal over de romantische liefde, aldus de grote expert, Barbara Cartland. Wie goed oplet, ziet dat veel van mijn verhalen circulair zijn. Ik begin op het moment dat alles uit elkaar valt, ga dan het verleden in, en kom weer uit bij het begin.”
De derde novelle, De reden ervan, staat enigszins apart van de andere novelles. Het is een abstract verhaal, over het verval van beschaving. Lessing: “Ik weet dat sommige van mijn lezers dit verhaal niet mooi zullen vinden. Lezers van realistische romans houden vaak niet van avonturenromans of sciencefiction. Er zijn maar weinig lezers die beide genres mooi vinden. Maar de vooroordelen van sciencefiction-lezers tegenover realistische fictie zijn overigens nog veel erger dan andersom. Ik was ooit gastspreker op een internationaal congres over sciencefiction in een poging de grenzen te doorbreken, omdat mijn werk die brug kan bieden. De sciencefiction die ik schrijf lijkt vaak meer op een ouderwets avonturenverhaal. Het gaat niet over technologie of het internet. Ik heb daar ook weinig kaas van gegeten. Ik schrijf mijn romans nog steeds op een ouderwetse typemachine. Als ik die aan mijn kleinkinderen laat zien, hebben ze geen idee wat het is. Ik vertel ze dan dat het een belangrijke innovatie was in de twintigste eeuw en dat hij nu verdwenen is. Mijn uitgangspunt bij fictie over de toekomst is juist: weg met de cultuur. Mara en Dann begint met een nieuwe ijstijd, die alle technologische innovaties wegvaagt, en speelt zich niet af op een planeet, maar op een continent dat Ifrik heet.”
Ook Lessings nieuwste boek, dat over een maand in Engeland verschijnt, is zo”n avonturenroman. “Ik schreef een vervolg op Mara en Dann, getiteld General Dann Mara”s Daughter Griot and the Snow Dog. Toen ik het af had, voelde ik me een beetje een bad girl, want uitgevers houden niet van vervolgverhalen. Ik was bang dat de uitgever negatief zou reageren en zou denken `poor old Doris”. Ben, in the World, het vervolg op mijn roman The Fifth Child, was immers geen succes. Maar ze waren erg enthousiast over dit boek.”
Lessing: “Voor mij is dit boek ook een verrassing. Er komt een personage in voor dat ik niet eerder beschreef: Griot, een competente dienstbare man, een muzikale verhalenverteller. Ik heb niet een thema waar ik steeds naar terugkeer, maar wel duiken steeds dezelfde soort personages op. Er is het jonge meisje dat problemen heeft en een buitenstaander is, zoals Sylvia uit The Sweetest Dream. Dan is er meestal ook een sterke oudere vrouw, de manager, zoals Sarah of Frances uit The Sweetest Dream.”
Lessing blinkt uit in sterke vrouwenkarakters. The Golden Notebook maakte Lessing tot een boegbeeld van het feminisme. “The Golden Notebook is een boek waar ik veel van houd: het heeft nog steeds vitaliteit en leidt nog altijd een eigen leven. Vaak vergeet men echter hoe slecht de recensies in het begin waren. Vooral mannelijke recensenten moesten er niks van hebben. Het boek kreeg pas een leven toen de feministische beweging het boek claimde. Maar het is geen simpel feministisch pamflet, in tegenstelling tot wat veel mensen denken. Het is ook een politiek boek en een boek over gekte. `Everything is cracking up”, daar gaat dat boek over, zoals veel van mijn andere werk. Ik vind het wel jammer dat na het succes van The Golden Notebook mannen mijn werk vaak niet lezen, omdat ze denken dat ik een vrouwenschrijfster ben. Dat ben ik niet, en veel mannen zijn vaak aangenaam verrast als ze iets van me lezen. Ik kan me boos maken als de uitgever mij als een vrouwenschrijfster presenteert. Neem The Sweetest Dream. De titel van dat boek is in het Nederlands helemaal verkeerd vertaald (Het huis van Julia) en ook de keuze van de kaft is slecht: een keurig opgeruimde huiskamer. 'Vrouwenboek', dat is wat het uitstraalt, terwijl het in feite een boek is over politiek.”

Clinch
Beschouwt Lessing zichzelf dan niet als feministisch auteur? “Natuurlijk ben ik een feminist! Maar soms gaan de feministen mij te ver. Onlangs nog lag ik in de clinch met Jeanette Winterson, omdat ik gezegd had dat vrouwen te kritisch naar mannen zijn geworden. Ik had op een festival verteld over een lerares die in een klas met jongens en meisjes de beschuldigende vinger naar de jongens had gewezen: jullie zijn de schuld van oorlog! Dat gaat toch te ver? Jonge vrouwen beseffen vaak niet hoeveel geluk ze hebben. Ze kunnen zonder angst voor zwangerschap leven. Mijn kleindochter, nu 32, kondigde onlangs aan: over een jaar neem ik een kind. Dat is toch ongelooflijk! Dat was vroeger onmogelijk: je kreeg ze gewoon, of je wilde of niet.
“Zelf heb ik een gespleten persoonlijkheid. Ik ben de zelfstandige schrijfster én de vrouw die op haar negentiende zwanger raakte en dat heerlijk vond. Ik was vroeger een zeer neurotisch meisje, dat vroeg volwassen wilde zijn. Toen ik zestien was, verliet ik Johannesburg en wist ik niet hoe mijn toekomst eruit zou zien. Ik verbleef toen bij vrienden van mijn vader. Een van hen was een grote stille Schot, en ik kreeg van hem een typemachine en een handleiding en een briefje, waarop stond: `Onthoud goed, als je jong bent, denk je vaak: je weet niet wat je moet doen en je hebt geen hoop. Neem iedere kans die je krijgt, want je weet niet waar nieuwe wegen toe leiden.” Het was een prachtige brief op dat moment in mijn leven.
“Dit is het advies dat ik nu aan mijn kleinkinderen geef. Laat je niet bang maken, zeg ik. En: lees! Jongeren lezen te weinig, en dreigen `educated barbarians” te worden, hoogopgeleide mensen die computers kunnen repareren, maar in hun vrije tijd hooguit Harry Potter lezen, of helemaal niet lezen. Mensen die geen literatuur lezen blijven onwetenden. Ze kennen hun geschiedenis en de grote ideeën niet. Literatuur is `parallel education”. Ze biedt nieuwe perspectieven. Zonder de literatuur was Afrika nog altijd het donkere continent geweest. En wat hadden we over vrouwen geweten zonder feministisch geëngageerde literatuur?”
Maar is literatuur niet ook een vorm van esthetisch plezier? “Mensen lezen fictie om twee redenen, voor esthetisch plezier en voor informatie. Sommige van mijn boeken zijn meer gericht op esthetisch plezier, andere meer op informatieoverdracht, soms beide. Neem The Grass is Singing. Toen dat verscheen, was er was maar één boek over racisme, Cry, the Beloved Country (1946) van Alan Paton. Onze boeken betekenden een totaal nieuw perspectief, en dat is de functie van literatuur. Later pas kwam er steeds meer ruimte voor esthetische waardering van de roman.”
Literaire waardering heeft Lessing inmiddels ruimschoots gekregen. “Ik heb veel prijzen gewonnen, en ik geef toe, ik vind het heerlijk. Onlangs ontving ik de Prince of Asturias Prize, een van de belangrijkste Spaanse literaire prijzen. Hij werd door de knappe donkere Spaanse prins uitgereikt en het was een en al glamour.”
En die ene grote prijs, de Nobelprijs? Lessing zucht. “Ik wil het er liever niet over hebben, u begint erover, laten we dat vooropstellen. Maar het wordt nu wel, hoe zal ik het zeggen, een beetje belachelijk, nietwaar? Ik word ouder en ouder.”
Ouderdom, we zijn weer terug bij het begin. Beïnvloedt het ouder worden haar schrijverschap? Lessing glimlacht. “Nee. Het beïnvloedt hooguit de onderwerpen waarover ik schrijf. Ik geef meer ruimte aan oudere personages in mijn werk. Toen ik 64 was, leerde ik een groep oude mensen van rond de tachtig kennen. Over hen schreef ik de roman The Diary of a Good Neighbour. Ik ontmoette een oude vrouw, ongeveer zo oud als ik nu ben. Ze had ervoor gekozen om oud te worden en zat op haar stoel weg te sterven. Als je de beslissing neemt dat je oud bent, wórd je oud. Nee, ik ben niet bang voor de dood. Natuurlijk is ouder worden moeilijk. Jonge mensen snappen dat niet. Ze stellen vragen over ouder worden in mentale termen, terwijl het om een fysiek verval gaat. Ze begrijpen niet hoe het is om onhandig, stijf en zwaar te zijn en je energie te verliezen. Mijn botten zijn broos. Als ik val kan ik een been breken. En ik schrijf niet elke dag meer.”

Doris Lessing, 'De grootmoeders ' (vert. Hans van Cuijlenborg). Uitg. Prometheus, €19,95
NRC Handelsblad van 04-06-2004, Pagina 19, CS, Interview