Zadie Smith

`Ik zeg nooit iets over mezelf`

(NRC Handelsblad 9-12-2005)

Zadie Smith blijft twijfelen over haar literaire toekomst

Al haar drie boeken zijn liefdesbrieven aan schrijvers, zegt Zadie Smith. Maar de Britse schrijfster wordt niet gelukkig bij de aanblik van haar werk. ,,Ik wil geen publieke persoonlijkheid zijn.``

Is ze verlegen, arrogant, verveeld of defensief? Zadie Smith zit weggedoken in haar stoel, en kijkt tijdens het gesprek slechts af en toe op. ,,I just don`t delight in press.`` Op de foto vindt ze ook geen pretje. ,,I just have a miserable face. Een seconde van je leven wordt vastgelegd. Ik sta er vaak droevig op. Mensen transformeren dat vervolgens tot een complete persoonlijkheid.``

Misschien komt Smiths terughoudendheid voort uit eerdere ervaringen. De schrijfster werd in 2000, na het stormachtige succes van haar debuut, de multiculturele satire White Teeth, belaagd door journalisten. De Britse Zadie Smith (1975) was dan ook de ideale debutante: mooi, licht gekleurd, intelligent. Haar tweede roman, het nogal stuurloze The Autograph Man, ging prompt over de desastreuze effecten van roem en succes. Nu is ze in Amsterdam ter gelegenheid van de verschijning van de Nederlandse vertaling van haar derde roman, Over schoonheid, die genomineerd werd voor de Booker Prize.

De drie boeken liggen bij elkaar op een tafeltje. Smith loopt bepaald niet warm bij de aanblik van haar eigen werk. ,,Heb ik die drie boeken geschreven? Veel woorden voor vijf jaar leven. Ik kan het niet geloven dat ik zoveel nonsens heb geproduceerd. Ik kan niet zeggen dat ik veel van Over schoonheid houd. Houden van is een groot woord. Als ik iets geschreven heb, kijk ik er niet meer in. Ik leg het opzij.`` Mogelijk zeggen de voortdurende zelfkritische relativeringen en de korte antwoorden iets over Smiths manier van werken en schrijven. De kracht van Over schoonheid schuilt voor een groot deel in de scherpe, satirische pennenstreken waarmee Smith de mens in zijn onvolkomenheid neerzet. Over schoonheid speelt zich af op een Amerikaanse universiteit, waar twee volstrekt verschillende families elkaars pad kruisen. De progressieve professor Howard Belsey, Rembrandt-deskundige, is al dertig jaar getrouwd met de Afro-Amerikaanse Kiki. Samen hebben ze drie kinderen, Levi, Zora en Jerome. Jerome wordt verliefd op de wispelturige dochter van de intellectuele aartsrivaal van zijn vader, de conservatief Monty Kipps. Ook Howard, in midlifecrisis, heeft zijn hormonen niet onder controle: hij begint een affaire met een collega. Het instortende huwelijk tussen Howard en Kitty vormt de spil in de roman.

,,Ik schrijf niet bewust grappig,`` vertelt Smith. ,,Ik probeer zo te schrijven zoals ik me voel. Ik geef mijn karakters eigenschappen of dingen die me aan het lachen maken, bijvoorbeeld een golfstick. Ik lach ook om mezelf, om mijn eigen ijdelheden en fouten. Die geef ik door aan mijn karakters. Ik kan zo hypocriet zijn Howard en zo vijandig als Zora. Vanwege die confrontatie vind ik mijn boeken pijnlijk. En als ik er iets mee wil zeggen dan is het wel dat het leven geen cliché mag worden en dat je naar je echte gevoelens leven.`

,,Ik was geïnteresseerd in het idee dat je als oudere man door normale, mannelijke verlangens in een levensstijl wordt getrokken die je als intellectueel niet bevalt. Howard schaamt zich ervoor dat overspel hem overkomt. Ik schrijf graag over mannen. De meeste van mijn vrienden zijn mannen. Ik vind mannen recht voor zijn raap. Ze zijn ook makkelijker om over te schrijven. Ze lijken meer catastrofale fouten te maken.``

Zadie Smith doceerde een jaar op Harvard. Is Over schoonheid ook een satirische reflectie op een overspannen identiteitspolitiek op de Amerikaanse campus? ,,Ik wilde niet iets over Amerikaanse identiteit zeggen. Universiteiten lijken overal ter wereld op elkaar. Ik wil eigenlijk nooit iets over nationale identiteit zeggen, ik wil iets over karakters zeggen. Er zijn mensen die denken dat ik hyphenated ben, maar zo voel ik me niet. Ik voel me zeer Engels en zeer zwart. Ik ben geboren uit een Jamaicaanse moeder en Britse vader. Dat zijn maar twee culturen, en zo verschillend zijn ze niet. Mensen gebruiken dus ten onrechte het woord `multicultureel` als ze het over mij hebben. Ik ben een Engelse persoon die zwart is, en ik zie niet in wat daar multi aan is. Engels-zijn is een gewoonte. Iedereen kan Engels worden en dat duurt ongeveer twintig jaar. Veel recensenten besteden eindeloze aandacht aan de identiteitspolitiek in mijn boeken. Ze denken dat blanken geen identiteit hebben. Dat komt omdat ze denken dat als je wit bent, je geen identiteit hebt. Als je bruin bent, heb je ineens een identiteit. Maar alle fictie gaat over identiteit, alle personages in de literatuur zijn bezig met hun identiteit. Madame Bovary is ook bezorgd om haar identiteit.``

Maar verwerkt Smith het thema niet op een eigentijdse manier? De kinderen van Howard en Kiki, drie jongvolwassenen, zijn druk in de weer met hun identiteit in termen van religie, nationaliteit en sekse. Zoon Levi wil een echte `zwarte` rapper worden, Zora voelt zich niet vrouwelijk genoeg, en Jerome zoekt houvast in religie. ,,Ik heb een voorkeur voor tieners. Ik vind ze leuk. Ze leven diep, het zijn kleine filosofen, existentialisten die vol overgave toegewijd zijn aan een bepaalde levensopvatting en aan principes.``

Over schoonheid is een eerbetoon aan een van Smiths literaire helden, E.M. Forster. De naam van de hoofdpersoon en de structuur van het boek zijn ontleend aan Howards End. ,,Al mijn boeken zijn op de een of andere manier liefdesbrieven aan schrijvers. Die liefde brengt ze op gang en die maakt het ook draaglijk om ze te schrijven. Wat me werkelijk interesseert, is het werk van anderen. Toen ik kind was, probeerde ik bijvoorbeeld of ik het kon, een Agatha Christie schrijven. Ik heb nooit het instinct gehad om iets over mezelf te onthullen. Ik schrijf geen dagboeken. Misschien komt dat nog als ik ouder word. Ik schrijf omdat ik het graag goed wil kunnen. Ik wil de boeken kunnen schrijven die ik zelf graag lees. Anna Karenina en Madame Bovary, die twee boeken had ik graag geschreven.``

Over schoonheid werd genomineerd voor de Booker Prize. De prijs ging naar John Banvilles roman The Sea. ,,Prijzen betekenen niet veel voor me. De waarheid is: prijzen zijn corrupt, er gaat veel politiek in om. Ze worden uitgedeeld aan de laatsten van een oude stempel. Maar welk boek gaan we over honderdvijftig jaar nog lezen, The Accidental of The Sea? Het enige wat telt is wat we over honderd jaar nog lezen. The Sea is een mooi boek, maar klassiek, gekozen door een groep mensen met een bepaalde literaire liefde en voorkeuren. `Goede smaak` heet dat. Het nieuwe en het vulgaire irriteert mensen vaak. Ik had de prijs aan een meer experimentele schrijver gegeven, aan Ali Smith of Hilary Mantel, maar die was niet genomineerd. John Banville zegt dat je nooit iets contemporains in een boek moet stoppen, alleen woorden van vijftig jaar terug. Maar dan heb je geen fictie! Dan zouden George Eliot en Jane Austen niet bestaan! Ali Smith is de schrijfster van de 21ste eeuw, niet John Banville.``

Maar Ali Smith, is dat niet ook een typische writer`s writer? ,,Daarin verschilt ze van mij. De meeste schrijvers vinden mij niet leuk. Ali Smith is heel literair en lyrisch, dat ben ik niet. Ik hou van verhalen.``

Zadie Smith weet nog niet wanneer we nieuw werk van haar kunnen verwachten. Ze is moe, zegt ze. Mogelijk komt er een essaybundel over moraliteit en literatuur, waar ze op Harvard aan werkte. Daarin bespreekt ze onder meer het werk E.M. Forster, Zora Neale Hurston, Kingsley Amis, J.D. Salinger, David Foster Wallace. ,,Het zijn schrijvers op wier werk ik verliefd ben geweest. Ze hebben mijn schrijven verbeterd, zoals goed eten je gezonder doet voelen.`` Ook werkt ze aan een musical over Kafka, daar wil ze niet veel over kwijt. Over schoonheid wordt binnenkort verfilmd. ,,Daar wil ik niks mee te maken hebben. Het is niet mijn business.``

Wat Smith zeker weet, is dat ze blijft schrijven. ,,Ik wilde altijd al een baan die geen vrouwelijke noodzakelijkheden vereiste, dus niet een baan waar je je voor op moet opdoffen. En ik wilde werk dat je je hele leven kan blijven doen. Je wordt als schrijver nooit ontslagen omdat je te oud bent, te lelijk of omdat je de verkeerde kleren draagt. Er zijn genoeg vrouwen met een job die daar wél mee te maken krijgen. Ik ben gesteld op mijn onafhankelijkheid. Ik heb wel eens overwogen met schrijven te stoppen omdat ik het publieke aspect aan het schrijven niet leuk vind. Want wat is er nou aantrekkelijk aan het concept `beroemdheid`? Het enige dat ik wil vieren is kunst, muziek, boeken. De mensen erachter zijn ongetwijfeld aardig, maar ze interesseren me niet.``