 |
Ian McEwan en het belang van gewoon geluk
De invasie van de huiskamer
(NRC Handelsblad, 24 juni 2005, Cultureel Supplement)
Geluk beschrijven, dat was een van de ambities die ik had.' De Britse schrijver Ian McEwan is voor een kort bezoek in Amsterdam ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling van Saturday. De schrijver oogt ontspannen in zijn witte zomerblouse en kaki-broek. ,,Henry Perowne, de hoofdpersoon uit Saturday, lijkt op mij. Hij houdt van goede wijnen, muziek, eten, seks en koken. Hij is gelukkig getrouwd met Rosalind, advocate, en heeft twee kinderen, Henry houdt ook van zijn werk. Werk is een essentieel onderdeel van iemands leven, maar toch wordt er maar weinig gewerkt in de moderne roman.''
Geluk. Dat is niet het eerste woord dat je te binnen schiet na het lezen van Saturday, waarin de naschokken van 9/11 en de oorlog in Irak een belangrijk decor vormen. Henry Perowne, een 48-jarige neurochirurg te Londen, wordt op zaterdag 15 februari 2003 om vier uur 's ochtends wakker en kijkt uit het raam. Hij ziet een vliegtuig dat lichtflitsen afgeeft en denkt onmiddellijk aan een terroristische aanslag. Het blijkt een defecte motor te zijn. Henry legt het voorval naast zich neer. Hij denkt een zaterdag tegemoet te gaan zoals alle zaterdagen.
Hoe kwam McEwan op het idee om zijn roman op juist die zaterdag te laten spelen? ,,Ik zat die dag voor de televisie. Ik vond dat de invasie in Irak moreel fout was omdat het mensenlevens zou gaan kosten, maar tegelijkertijd vond ik ook dat het nodig was om Saddam, een van de gevaarlijkste mannen op aarde, ten val te brengen, al was het dan twaalf jaar te laat. Als je níet mee demonstreerde, betekende dat ook dat je vóór de val van Saddam was. Ik zat vol tegenstrijdige gevoelens en besloot toen al om mijn roman zich op deze dag af te laten spelen en mijn ambivalente gevoelens via Henry en de debatten met zijn dochter uit te drukken. Na 9-11 leek journalistiek adequater dan fictie. Ik schreef twee essays over mijn morele twijfel voor het dagblad The Guardian en wendde mij pas later weer tot de fictie.''
Er verschenen meer romans tegen de achtergrond van de aanslag op de New-Yorkse Twin Towers. Behalve Saturday valt te denken aan Jonathan Safran Foers Extremely Loud & Incredibly Close, Don de Lillo's Cosmopolis en Michael Cunningham Specimen Days.
In Saturday denkt Henry tijdens zijn zaterdagse bezigheden na over de situatie in de wereld na 9-11. Als Henry Perowne weer in de slaapkamer komt, kijkt hij naar zijn echtgenote Rosalind die ligt te slapen. Hij verlangt naar haar. ‘Wat een geluk dat de vrouw die hij bemint ook zijn echtgenote is. Maar wat is hij vlug afgedwaald van de erotiek naar Saddam,' schrijft McEwan.
McEwan: ,,Het gaat mij in deze passage om de invasie van publieke en politieke gebeurtenissen tot in de slaapkamer, het domein dat we het meeste als ‘privé' en als ‘heilig' beschouwen. De grens tussen privé en publiek interesseert me. 9-11 drong op allerlei manieren het persoonlijk leven binnen. Iedereen had het erover gesprekken over dagelijkse beslommeringen werden afgewisseld met debatten over terreur. Een publieke gebeurtenis kan de privé-ruimte totaal verstoren. Meestal proberen we zo'n invasie tegen te houden. We doen alsof dat lukt, maar meestal gaat dat niet. Er zijn hoeken in de geest waar zulke gebeurtenissen zich vasthechten. Voor een schrijver is deze invasie van het privé-domein inspirerend.'' Onverwacht
Een onverwachte gebeurtenis die het leven op zijn kop zet, het is een thema in vrijwel alle boeken van Ian McEwan. In The Comfort of Strangers (1981) ontmoet een echtpaar een vreemdeling die hun merkwaardige verhalen begint te vertellen over zijn kindertijd; in de onlangs verfilmde roman Enduring Love (1997) wordt Joe Rose gestalkt door Jed Parry, die lijdt aan het syndroom van Dr. Clérambault, een ziekelijke vorm van verliefdheid met gewelddadige trekken. Henry's privé-rust wordt ook verstoord; als Henry per ongeluk een BMW ramt, komen er drie woedende heren op hem af. Baxter, een van hen, bedreigt hem met de dood.
Neurochirurg Henry herkent bij Baxter de eerste verschijnselen van de ziekte van Huntington, een erfelijke, degeneratieve ziekte waarbij zich sterke gemoedschommelingen voordoen. Baxter traceert Henry's adres en overvalt hem later die zaterdag. Hij bedreigt Henry's dochter Daisy en dwingt haar met het mes op de keel zich uit kleden en een gedicht voor te lezen uit een bundel die op tafel ligt. Het is de opmerkelijkste scène uit Saturday: dankzij het gedicht ‘Dover Beach' van Matthew Arnold komt Baxter tot rust.
McEwan: ,,Ik wilde daarmee niet zeggen: literatuur heelt. Het is een cliché dat kunst en literatuur verheffend zouden werken. Toen ik de scène schreef, hoorde ik de critici al gnuiven en schmieren.''
Henry Perowne uit Saturday houdt niet van literatuur. Dat wil overigens niet zeggen dat hij geen scholing heeft en geen moraal kent, zoals sommige critici hebben gesuggereerd; hij leest kranten, en luistert naar Bach en jazz, maar voor literatuur heeft hij een blinde vlek. Hij is ook in dat opzicht een behoorlijk gewone man, zou ik zeggen, een western everyman.''
Deze ‘western everyman' herinnert in weinig aan het eerdere werk van McEwan. McEwans oeuvre is door critici in twee fasen opgedeeld. Er zou de vroegere ‘Ian Macabre' zijn, die in verhalenbundels als First Loves, Last Rites (1975) en in de romans The Cement Garden (1978) en The Comfort of Strangers (1981) uitblonk door de zwarte kant van de mens te benadrukken. Zijn werk werd bevolkt door psychopaten, moordenaars en seksuele perverselingen. Dan is er de latere, positievere en ‘beschaafdere' McEwan die maatschappelijke en politieke problemen aankaart, zoals zijn met de Man Bookerprize bekroonde roman Amsterdam (1998), over een ontspoorde vriendschap tussen twee mannen die elkaar dood wensen. Ook The Child in Time (1987, over kinderkidnap) en Saturday (de protestmars tegen Irak in Londen) gaan over eigentijdse morele dilemma's tegen een historische achtergrond.
McEwan: ,,Child in Time was een poging om mijn werk in een andere richting te sturen. Ik was bang om in de herhaling te vervallen. Ik vreesde dat ik te gothic werd, dat het duistere een maniertje zou worden. Ik wilde niet, om met een anachronisme te spreken, de Tarantino van de literatuur worden. Bij hem is het geweld academisch, steriel en onwaarachtig, een stijloefening en een pose. Dat ik bang was voor een pose, een imitatie van mezelf, bleek uit de verhalen uit In Between the Sheets die ik voor The Child in Time schreef. In ‘Psychopolis' speelt een man steeds hetzelfde deuntje op zijn fluit, en vraagt hij zich af: waarom speel ik steeds hetzelfde liedje? En in ‘Reflections of a Kept Ape' worstelt de schrijfster Sally met een writer's block en overweegt ze zelf-plagiaat. Ze neemt een aap in huis, imitator bij uitstek. In deze verhalen wemelde het van de poserende, hilarische en onbetrouwbare vertellers.''
McEwan, een geroutineerd verteller, veert op: ,,Het gekke is dat ik in het echte leven razend gelukkig was toen ik al die macabere verhalen schreef. Ik bruiste van energie! Toch denk ik niet dat ik veel veranderd ben. Ik ben misschien rustiger, meer beheerst, en heb, net als Henry, een kalmere vorm van geluk in leven en literatuur. Maar de breuk is niet zo groot als critici suggereren; wat in het personage Baxter zit, zit ook in mijn vroege personages. In Saturday steekt die duistere kant echter scherper af tegen de ‘witheid' van het gelukkige leven van Henry Perowne.
,,Wel bed ik mijn verhalen nu historischer in en ben ik preciezer geworden metwetenschappelijke feiten. Voor de beschrijving van Baxters toestand putte ik inspiratie uit een van mijn favoriete boeken, The Dictionary of Psychiatric Diseases. De ziekte van Huntington interesseerde mij, omdat die, anders dan andere geestesaandoeningen, biologisch bepaald is. Als neurochirurg heeft Henry Perowne een rationele, wetenschappelijke en zelfs optimistische kijk op de mogelijke genezing van Baxter. Hij voert dan ook een operatie uit op de laatste bladzijden van het boek.
,,In mijn werk komen veel wetenschappers en specialisten voor. Ik ben op dit moment bezig met een inleiding bij bij een boek waarin 114 Amerikaanse wetenschappers, onder wie medisch specialisten, zwarte-gatenexperts, quantumfysici, astronomen en informatici, hun visie geven op de toekomst. Ze kregen allemaal één vraag voorgelegd: wat geloof je dat je niet kunt bewijzen? Ik was verrast door hun optimisme over de toekomst van de wetenschap en de menselijke conditie. Het staat in groot contrast met het pessimisme dat je doorgaans aantreft bij cultuurcritici, literatoren, kunstenaars en menswetenschappers. Ik vraag me af of dit cultuurpessimisme soms niet een maniërisme is.
,,Vergis je niet: ik ben geen sentimentele idioot. Natuurlijk word ik ook achterdochtig als ik 114 wetenschappers met zoveel enthousiasme een zonnige toekomst hoor voorspellen. Maar het lijkt soms of de kinderlijke nieuwsgierigheid, die er wel was in de Renaissance, tegenwoordig in de letteren ontbreekt. Intellectuelen nemen plezier en geluk niet serieus genoeg. Het is of je je altijd schuldig moet voelen. Maar daarmee maskeer je een onderdeel van het leven. Seks, het bereiden van een maaltijd, werken, de smaak van goede wijn, kinderen, sensualiteit.''
Is Henry een voorbeeld van een man die dat geluk niet maskeert?
,,In zekere zin wel. Hoewel hij nadenkt over 9-11 en Irak, leeft hij door. Heb je Henry's visschotel al gemaakt? Een aanrader! Het recept staat op mijn website al ben ik niet erg precies met de hoeveelheden, twee blikken tomaten schijnt nogal veel te zijn. Ik realiseerde me later dat kwantiteit me niet zo interesseert; gebruik uw fantasie en verlangen, staat er op de site. Over deze vorm van geluk wilde ik het ook hebben in Saturday. Nog een voorbeeld: ik kocht drie I-pods, 40 MB, voor mijn kinderen en mijn vrouw onze speelse, kinderlijke blijheid over dit apparaat was enorm groot.''
Dat plezier betreft materiële, aardse zaken. Hoe zit het met de kunst, de literatuur, kan die ook gelukkig maken? Of de reputatie die McEwan al jaren lang geniet als een van de beste schrijvers van Groot-Brittannië?
Er is, zo besluit McEwan, eigenlijk maar één type compliment dat hem écht gelukkig maakt: lezers die vliegtuigen missen omdat ze verzonken waren in zijn boek, of die hun nachtrust oversloegen omdat ze verder wilden lezen. ,,Onlangs was ik op een feestje. Ik zei tegen mijn vrouw dat ik zo vlug mogelijk terug naar huis wilde. Wat wil je daar dan doen, vroeg ze. Lezen, zei ik, verder in Arthur & George, de nieuwe roman van Julian Barnes. Als ik met mijn boeken mijn eigen vorm van slapeloosheid kan kiezen, ben ik gelukkig.''
Ian McEwan staat op zijn laatste interview over Saturday zit er op. Hij gaat zich concentreren op een nieuwe roman. De eerste pagina's zijn al geschreven, zoals altijd, zijn ze een schets, een beeld. Veel wil hij er niet over kwijt, behalve dat deze roman zich weer in het verleden zal afspelen. Nu gaat de schrijver eerst de stad in, lekker eten, en ,,een mooie lamp kopen in Amsterdam.''
Ian McEwan, ‘Saturday', Jonathan Cape, 279 blz., € 22,95. De Nederlandse vertaling door Rien Verhoef is verschenen bij De Harmonie, 328 blz., € 17,90
|