 |
Adam Thorpe
‘Je moet de oorlog niet te mooi maken'
Adam Thorpe over zijn antiroman over WO I
Twee oudooms van Adam Thorpe konden alleen in fragmenten over de Eerste Wereldoorlog praten, zoals T.S. Eliot er alleen in fragmenten over kon schrijven. Thorpe's roman ' 1921 ' laat zien hoe lang die oorlog doorwerkte. "Ik haat de term 'historische roman'.
"Noem de Eerste Wereldoorlog en onmiddellijk doemt het beeld van modder op. We zien modder en loopgraven voor ons, als een soort dia uit een geschiedenisboek. Omdat het zo'n standaardbeeld is geworden, vóelen we het niet. Daarom koos ik een ander beeld."
Adam Thorpe, die ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling van zijn jongste boek 1921 in Amsterdam op bezoek is, pakt zijn roman en leest hardop het motto daaruit voor. "Zelden is een dergelijke hitte gepaard gegaan met zulk een straffe wind [...] uur na uur verstreek zonder dat er een druppel viel [...] op de uitgedroogde, gebarsten grond."
Thorpe: "Het is een fragment uit het weerbericht van 25 juli 1921 uit The Times . Ongelooflijk, niet? Alsof het regelrecht uit T.S. Eliots The Waste Land komt! Eliot gebruikte hitte, droogte en stof als een poëtische metafoor voor de vruchteloosheid en teloorgang van een door oorlog beschadigde mensheid, maar kennelijk kunnen we het ook letterlijk lezen. Geen modder, maar hitte!"
Maar in 1921 was de oorlog toch afgelopen? ,"Geschiedenis wordt vaak gereduceerd tot een waslijst van data, die je uit je hoofd moet leren. Maar oorlogen hebben geen keurige begindatum en een einde. De Eerste Wereldoorlog was in 1921 voor veel mensen helemaal nog niet afgelopen."
Dat de Eerste Wereldoorlog nog generaties lang doorwerkt, heeft de Britse schrijver Adam Thorpe (1956) zelf ervaren. Niet alleen wordt hij in het kleine Franse dorpje waar hij nu woont, nog dagelijks geconfronteerd met de namen op het herdenkingsmonument, ook leed een van zijn grootouders aan shellshock, een zenuwaandoening ten gevolge van granaatvuur. Twee van zijn oudooms waren jarenlang depressief. ,,Ze konden alleen in fragmenten over de oorlog praten – net als Eliots The Waste Land, dat is ook fragmentarisch. Ik las hun oorlogsdagboeken en vond ze aangrijpend. Ik wilde een boek over de Eerste Wereldoorlog schrijven met dezelfde zeggingskracht, maar ik merkte dat het me niet lukte. Uiteindelijk koos ik daarom voor een worstelende schrijver als hoofdpersoon en zijn omgang met de oorlog.'
Great War Novel
Joseph, de achttienjarige hoofdpersoon van 1921, is een antiheld. Hij is soldaat in de Eerste Wereldoorlog, maar hoeft tot zijn opluchting het veld niet in, omdat hij tijdens een tunneloefening te veel gas heeft ingeademd. Hij slijt zijn dagen in de ziekenboeg. Als de oorlog voorbij is, doet hij verwoede pogingen een 'Great War Novel' te schrijven over de mannen die wél gingen. Het schrijven van die roman lukt hem niet; evenmin weet hij zich raad met de liefde. ,"Ik ben niet zo'n antiheld als Joseph, maar ik herken wel zijn woede, frustratie en passie als het gaat om zijn pogingen oorlogsleed uit te drukken. Er is altijd het risico dat je de oorlog te mooi maakt, dat je geweld esthetiseert. Mijn oorlogsroman is een antiroman. Steeds, als je verwacht dat er iets gebeurt, bijvoorbeeld dat twee personages elkaar zullen ontmoeten, gebeurt dat niet."
Het is niet de eerste keer dat de productieve schrijver Thorpe, die al drie romans, een verhalenbundel, enkele toneelstukken en hoorspelen op zijn naam heeft staan, zijn inspiratie uit het verleden haalt. Thorpe verwierf internationale bekendheid met zijn veelgeprezen debuut Ulverton (1992). Dat bestond uit twaalf hoofdstukken waarin steeds een personage woonachtig in het fictieve Zuid-Engelse dorpje Ulverton, aan het woord komt. Het eerste personage leeft in 1650, de laatste in 1988. De term `historische roman' bevalt Thorpe echter niet. ,"Ik háát die term. Want wanneer begint dat genre? Is een roman die in jaren tachtig speelt, of twee jaar geleden, minder historisch dan een roman die gesitueerd is in de zestiende eeuw?"
"Tegenwoordig is de historische roman een modieus en goedverkopend genre. Maar in de meeste bestsellers wordt geschiedenis als pastiche bedreven. Er wordt een nadrukkelijke vergelijking gemaakt met het heden, met de suggestie dat het verleden een variatie is op het heden. Het verleden wordt daarmee tot een comfortabele, veilige en herkenbare woonkamer gemaakt. Maar we moeten accepteren dat er historisch verschil bestaat, en dat we nooit zullen weten hoe het bijvoorbeeld is om in de Victoriaanse tijd te leven. Ik wil de geschiedenis niet koloniseren door haar aan deze tijd aanpassen, en zo een knieval doen voor het grote publiek, maar haar als `ander' blijven zien. Ik wil het historische verschil blijven behouden, door mij volledig in te leven in de taal van een bepaalde tijd."
Daarmee maakt hij het zijn vertalers knap lastig. Het vertalersduo Harm Damsa en Niek Miedema liet Thorpe weten dat ze het de moeilijkste vertaalklus vonden die ze ooit hadden gehad. Het was zelfs lastiger dan Ulverton, waarin elk historisch jaar in zijn eigen tekststijl en taal, soms een dialect, wordt verteld. Voor 1921 maakte Thorpe zich de taal eigen door veel kranten en tijdschriften uit dat jaar te lezen. Bovenal keek hij de kunst af bij de grote schrijvers uit die tijd. De titel 1921 verwijst niet voor niets als eerbetoon naar het jaar waarin T.S. Eliot The Waste Land schreef.
Spontaniteit
Ook `dompelde' hij zich 'onder' in D.H. Lawrence. ,,Lawrence lezen is een oefening in het hardop denken. Hij begint een passage, verandert dan halverwege ineens van gedachten, om vervolgens het tegenovergestelde te beweren van waarmee hij begon. Maar hij laat de eerste twee versies gewoon staan. Zo weet hij als geen ander spontaniteit te vangen. Zo wilde ik het ook.'
Thorpe draagt opnieuw voor uit zijn boek. 'Ze had een fraai, slank, figuur, werkelijk bijzonder fraai onder de witte jurk en de luchtige omslagdoek, bijna het jongensachtige figuur van een danseres, onnadrukkelijk, zij het te smal scharnierend bij het middel om jongensachtig te zijn, en ze bewoog allerminst als een jongen.'
Thorpe licht de passage toe: ,,Joseph laat hier voor het eerst zijn oog op Tillie vallen, de vrouw op wie hij verliefd is. De meeste schrijvers zouden een keuze hebben gemaakt in hun beschrijving van Tillie. Óf ze is 'jongensachtig' óf ze is 'heel vrouwelijk'. Joseph begint met het oordeel 'jongensachtig', twijfelt, en eindigt bij 'allerminst een jongen'. Omdat ik hem vanuit de derde persoon deze afwegingen laat maken, krijg je een dynamisch levendig perspectief dat zich tussen de eerste en de derde persoon in bevindt.'
Ook in de roman die hij zojuist heeft afgerond en die in mei 2003 zal verschijnen, No Telling, wil hij de tijd in de juiste taal vangen. "Aanvankelijk dacht ik, nee toch, ik heb het wéér gedaan. Ik heb een niet commercieel boek, een anti-roman geschreven. In No Telling deromantiseer en de-exotiseer ik het clichébeeld van de jaren zestig en van Parijs. Maar de taal, hoe zorgvuldig ook afgestemd op die jaren zestig, is dit keer eenvoudiger. Het verhaal wordt namelijk verteld vanuit het perspectief van een twaalf-jarige jongen, die opgroeit in een armoedige buitenwijk van Parijs in de jaren zestig en die geobsedeerd is door een beeldschone balletdanseres. Het decor van de roman wordt gevormd door de balletwereld. Ik beschrijf de cultuur van de oudere mannelijke voyeurs die naar de voorstellingen gingen om naar de jonge meisjes te loeren. Een beetje zoals op een schilderij van Degas waar je..."
Thorpe wordt onderbroken door de komst van een fotograaf, die hem mee naar buiten neemt. Even later komt de auteur met een rood hoofd weer binnen. In zijn hand houdt hij het stickertje vast met daarop het prijsje van zijn nieuwe blouse. ,,Heeft u uit beleefdheid niks gezegd? U zet het er toch niet in, hè? Nee, schrijft u bijvoorbeeld dat 1921 een `deeply erotic novel' is'. Thorpe zet zijn bril op, die hij voor de foto even had afgezet. Het stickertje gooit hij richting prullenbak. Mis. Hij grinnikt. ,,Ik lijk misschien toch meer op Joseph dan ik dacht.'
NRC Handelsblad van 06-12-2002, Pagina 28, boeken, interview
|