Noem vijf vrouwelijke filosofen.
`Simone de Beauvoir', klinkt het na even denken vaak opgelucht. Daarna wordt
het meestal stil. Een enkeling komt met `Hannah Arendt', `Martha Nussbaum' of
`Julia Kristeva', of, als men het echt niet meer weet: `Connie Palmen'. Ter
vergelijking kan men naar vijf mannelijke filosofen vragen. Dat is makkelijker.
Meestal kent men zelfs een oneliner van het gedachtegoed: Descartes (cogito
ergo sum), Nietzsche (God is dood) of Wittgenstein (waarover men niet spreken
kan, moet men zwijgen).
De emancipatie mag volgens velen voltooid zijn, wie de
vijf-vrouwelijke-filosofen-vraag aan iemand voorlegt komt voor verrassingen te
staan. De vrouw en de filosofie lijken elkaar uit te sluiten. Vrouwen hebben en
zijn een lichaam; filosofie is een kwestie van de geest. De vrouwelijke
filosoof is een contradictio in terminis. Zij is een denker met een lichaam. Ik
herinner mij een vermakelijk voorval uit mijn eerste studiejaar. Aangekondigd
was een gastcollege logica van een buitenlandse Franse docent, wiens voornaam
met een `P' begon. Die `P' hadden we voor het gemak al vast ingevuld. `Ga jij
vanmiddag ook naar Philippe-Jean Claude?' Toen het uur naderde, trad een vrouw
binnen. Een fatale lippenstiftfilosofe met knalrood haar en een diep decolleté
begon ons iets te vertellen over inductie en deductie. Ongemakkelijk geschuif
in de zaal. Dat leidde toch wel af van het denken, zeiden enkele
jongensfilosofen verlegen na afloop.
De tweede grote belevenis tijdens mijn studie filosofie was andermaal een
optreden van een buitenlandse, R. Braidotti. De R van Rosi, dat wisten we wel.
In een briljante lezing – regelrechte powerfilosofie – nam ze de studenten als
een wervelwind mee door de westerse ideeëngeschiedenis en de uitsluiting van
vrouwen daarin. Aretha Franklins `You make me feel like a natural woman' leidde
tot een analyse van het woord `natuur' in de westerse filosofie. Ze legde alle
mechanismen van in- en uitsluiting in het dualistisch westerse denken bloot, om
te beginnen die tussen lichaam en geest, en liet zien dat het geen toeval is
dat vrouwelijke filosofen als Mary Wollstonecraft, Virginia Woolf en Carry van
Bruggen zich tot de literatuur wendden, en dat juist vrouwelijke filosofen
onderwerpen als lichamelijkheid en multiculturalisme op de agenda van de
filosofie hebben gezet.
29 september 2000, De Balie. Naar aanleiding van Lolle Nauta's boek Onbehagen
in de filosofie gaat de oude generatie in debat met de nieuwe generatie over de
toekomst van de Nederlandse filosofie. De oudere generatie bestaat uit drie
heren van formaat, onder wie een Heidegger- en Benjamindeskundige. De nieuwe
generatie is vertegenwoordigd door vier jonge vrouwen, afgestudeerd op
onderwerpen als literatuur, ethiek en de architectuur van de gevangenis. Wat is
er veel veranderd in filosofisch Nederland! De filosofie is een mooie,
zelfbewuste jonge vrouw geworden, die weet hoe ze moet verleiden. En ze is
pragmatisch geworden, empirisch, gericht op toepasbaarheid van filosofie in het
alledaagse leven. Van `onbehagen' lijkt weinig sprake. Toch wordt de
gelukzalige sfeer kortstondig verstoord. ,,Kijk ze zitten, die
meisjesfilosofen, de Connie Palmens', mompelt iemand uit het publiek.
De vrouwelijke filosofe, zij moet waakzaam blijven. Want op het moment dat vrouwen
massaal hun intrede doen in de filosofie, dreigt prompt de devaluatie van de
filosofie, de verconniepalmisering. Of toont Nederlands' filosofisch wonderkind
Luuk van Middelaar (toevallig een jongetje) zijn iets minder geniale kant door
zich in diverse interviews tegen het `politiek-correcte denken' te keren en
voorbeelden te geven van `mensen met achterhaalde ideeën': ,,De feministen
bijvoorbeeld roepen nog net als dertig jaar geleden dat het kapitalisme heult
met het partriarchaat, dat het vrouwen degradeert tot tweederangs burgers'.
De feminist bestaat niet, net zo min als de vrouw bestaat. Wie beschuldigt en
reduceert, in plaats van de nuance zoekt, moet dapper durven zijn, en namen
durven noemen. Vijf wil ik er van hem horen.
Stine Jensen studeerde filosofie in Groningen en is nu als onderzoeker
verbonden aan de universiteit van Maastricht