Voor de kerst wil de maffia hem dood hebben. Roberto Saviano schreef Gomorra, een boek over de praktijken van de Napolitaanse maffia, en leeft sindsdien onder permanente bewaking. Steunbetuigingen voor de 'seculiere' Rushdie zijn er volop; het Nobelprijscomité in Zweden stelde een verklaring op; de petitie op de website van de Italiaanse krant La Repubblica is door meer dan 100.000 Italianen getekend; op Facebook krabbelen fans uit de hele wereld zijn 'muur' vol met steunbetuigingen. Het boek is in 33 talen vertaald en de oplagen bereiken Harry Pottereske proporties, zoals The Guardian het mooi uitdrukte - in Italië alleen al meer dan 700.000 exemplaren.
Met enige opwinding nam ik het boek ter hand, in afwachting van bloedstollende undercoverjournalistiek. Het journalistieke gehalte valt tegen. Wat er 'onthuld' wordt, is niet nieuw: de maffia zet een hoop geld om met drugs en nepkleding en schuwt daarbij moord en afpersing niet. Vanuit journalistiek oogpunt zijn er ook nogal wat onduidelijkheden waarover de auteur geen mededelingen doet: welke namen heeft hij veranderd? Als wie en waar is hij undercover gegaan?
Het boek is een hybride, of kritischer gezegd: een onevenwichtige mengvorm van sfeerbeelden, antropologie ('vrouwen in de maffia'), essayistiek, onderzoeksrapportage over de gruwelpraktijken van de maffia op grond van eigen onderzoek, herinneringen, geschiedschrijving, fictie en films. Door sommigen is het boek 'docufictie' genoemd, en in Nederland is het uitgegeven als 'literaire non-fictie'.
De auteur zelf noemde het in een interview met deze krant een 'roman en geen journalistiek verslag'. En inderdaad, Gomorra barst uit zijn voegen van de literaire ambitie. Het staat bol van de metaforiek, die soms mooi is, maar in haar overvloed de leesbaarheid niet altijd ten goede komt en het zicht op 'de feiten' ontneemt. De haven is zowel 'een ontstoken blindedarm ooit ontaard in een buikvliesontsteking', maar ook 'een landamfibie' en een 'zeemetamorfose'; de zon wekt 'de illusie een zee te laten zien die uit water bestaat, maar eigenlijk lijkt de oppervlakte van de Golf op de schittering van vuilniszakken' en de Golf zelf lijkt weer op een 'bassin vol koffiedrab', terwijl het Systeem is gegroeid als een 'deeg dat te rijzen is gelegd in de houten kisten van de periferie'.
Veel critici negeren de literaire ambitie en lezen het boek in de eerste plaats als een schokkend non-fictie boek over de camorra. Louise Fresco bijvoorbeeld schreef onlangs in een column in deze krant waarin ze opmerkte hoezeer Gomorra je ervan doordringt dat de tentakels van de maffia zich uitstrekken tot het alledaags consumptiepatroon. Dat is waar. Maar als Fresco vervolgens vaststelt dat na het succes 'Hollywood uiteraard de volgende fase is' en 'dat het meest tragische wat hem zou kunnen overkomen is dat zijn boek wordt gelezen en verfilmd als een spannend avontuur', is dat weer een beetje tragisch voor de schrijver die zijn uiterste literaire best heeft gedaan er óók een spannend leesavontuur van te maken.
In hetzelfde interview met deze krant benadrukte Saviano dat er ook in het boek 'het plezier is te zien hoe de crimineel schiet en bloed laat vloeien. Dat heb ik er bewust ingestopt.' En dat heeft een reden. 'Als je niet de mythe van de boss erkent, begrijp je het succes van de camorra niet.'
Een van de betere hoofdstukken uit het boek heet 'Hollywood' en gaat over de relatie die maffiosi onderhouden met maffiafilms. De nieuwe generatie van de camorra doet alles om een crimineel imago waar te maken, en vergroot zichzelf via imitatiemythologie uit tot een Hollywoodsjabloon. Terwijl vrouwelijke bosses zich kleden in gele pakjes à la Uma Thurman, veranderen jongens hun schiettechnieken na het zien van Kill Bill. Deze jongens, stelt Saviano, kennen het verschil tussen film en werkelijkheid niet en dat is tragisch, want er is niets romantisch aan om op je 15de als drugsrunner voor de maffia te worden neergeknald.
Saviano zelf is trouwens ook in de ban van films. Op de laatste bladzijde beschrijft hij bijvoorbeeld een bezoek aan een stortplaats waar de maffia illegaal tonnen afval dumpt om belasting te ontduiken. Hij staat tot zijn enkels in de modder en voelt zijn hielen wegzakken. Voor hem drijft een enorme koelkast. Hij klemt zich eraan vast en laat zich meevoeren. Prompt denkt hij aan een filmscène uit Papillon, en schrijft dat hij net als Papillon zou willen brullen: 'Gore klootzakken, Ik leef nog!' Geen idee of het waar is, maar een mooi beeld is het wel, de journalist die symbolisch in al het maffiavuil staat.
Gomorra is inmiddels verfilmd. In een fabelachtig overzichtshot zoemen we hoog vanuit de lucht langzaam in op een mistroostig complex van flatgebouwen in Napels, met spelende kinderen in een zwembad. Even lijken het gewone kinderen, maar uit die droom word je snel en wreed wakker geschud als we even later zicht krijgen op hun armoedige buurt en zien hoe de kinderen daar met geweren aan het spelen zijn.
Deze beelden van Italië zien we zelden in films. De structuurloze rommeligheid en het vermengen van feit en fictie van het boek werkt beter in de film: er komen heel veel personages voorbij (sommigen wonen daar echt en zijn ook maffiosi ) en je raakt in de war wie wie is. Met niemand kun je je emotioneel identificeren en je belandt in een plotloze aaneenschakeling van afschuwelijk geweld, vergeldingsketens tegen een armoedige achtergrond, ontdaan van elke romantiek. De uitwisselbaarheid van mensenlevens en de totale willekeur van maffiageweld wordt zo bij uitstek voelbaar.
Het meest tragische wat Saviano kon overkomen, was dat hij undercover ging om de camorra te onderzoeken en dat hij dankzij diezelfde camorra nu voor de rest van zijn leven undercover moet blijven. Het meest tragische compliment dat hij kon krijgen, is dat zijn literaire ambitie van ontmythologisering in zoverre geslaagd is dat de maffia het grimmige beeld bedreigend genoeg vond. Saviano ging de maffia niet zozeer te lijf met harde feiten, maar met alternatieve, illusieloze beelden. Koop het boek om Saviano te steunen en ga de briljante verfilming zien.