Mijn leeslijst Engels op de middelbare school werd geboren uit een halsstarrige
weigering de Dead White Males te lezen. In plaats daarvan las ik Anne Tyler (The Accidental Tourist), Lisa
Alther (Kinflicks), Erica Jong (Fear of Flying), Alice Walker (The Color
Purple), Fay Weldon (The Life and Loves of a She Devil), Alice Adams (Superior
Women), Sylvia Plath (The Bell Jar), Margaret Drabble (The Millstone), Doris
Lessing (The Golden Notebook). En D.H. Lawrence (Lady's Chatterley's
Lover), want ik wist geen tiende vrouw en was stiekem toch wel nieuwsgierig
naar de tuinman.
Soms slaat bij mij de gêne toe, als ik terugdenk aan mijn puberteit. Dan schaam
ik me voor dat bozige pubermeisje dat per se alleen maar vrouwen wilde lezen.
Ik ben mooie, dwarse boeken misgelopen.
Ik las zelfs J.D. Salingers The Catcher in the Rye niet. Was dat niet een soort
De Avonden maar dan in het Engels? Geen leuke ouders, veel scheldwoorden en
puberale aanpassingsproblemen? Uit- voor- en doodgekauwd in uittreksels? Mijn
tweelingzus, net als ik zeventien jaar, was echter kapot van het boek. `It
kills me', zei ze steeds. `It really does'.
Had ook ik het destijds maar gelezen, toen ik net zo oud was als de
hoofdpersoon, Holden Caulfield, zeventien jaar. Nu, als dertigjarige, hoor ik
al te veel bij de `phoney' wereld van de volwassenen die Holden zo verafschuwt.
Holden wordt wegens aanpassingsproblemen van school gestuurd en begint een
zwerftocht door New York. Hij praat met taxichauffeurs, drinkt, rookt en
probeert een hoer – dat klinkt stoer. Maar hij raakt je; soms barst hij
onverwacht in tranen uit, zonder precies te weten waarom. `I was sort of
crying', lezen we dan. Hij verafschuwt bovendien niet iedereen. Hij geeft om
kinderen, bijvoorbeeld om zijn jonge, onbevangen zusje Phoebe. Als hij haar in
in een draaimolen rond en rond ziet gaan, voelt hij zich gelukkig.
The Catcher in the Rye heeft me ontroerd en vrolijk gemaakt. Sommige
vermakelijke passages kwamen me bekend voor, alsof ik ze al eens gelezen had. `What really knocks me out is a book
that, when you're all done reading it, you wish the author that wrote it, was a
terrific friend of yours and you could call him up on the phone whenever you
felt like it.' Misschien heb ik bij hedendaagse schrijvers soortgelijke
zinnen over telefoneren gelezen, omdat zij Salinger uit eerbetoon
overschrijven.
Er is gêne over wat ik niet las om de verkeerde reden, maar er is ook weemoed
naar de felle gedrevenheid van toen. Ik ben een inhaalslag begonnen, als het om
de vergeten mannenboeken gaat, maar ik ben haar altijd blijven zoeken, de
vrouwelijke Holden Caulfield. In de boeken die tot de `klassiekers' van de
literatuur worden gerekend zie ik haar niet zo vaak. Wel duikt ze steeds vaker
op in de film, bijvoorbeeld het op een meisje verliefde meisje in Fucking Åmal
of het voetballende meisje in Bend it Like Beckham. Als ik haar tegenkom, slik
ik even. Daar is ze, het dwarsliggende meisje dat ik in de literatuur zocht.
J.D. Salinger: The Catcher in
the Rye.
Penguin, 220 blz. €15,50