Seks in tijden van terreur, en omgekeerd
NRC Handelsblad

 

Twee weken na de aanslagen in New York in 2001, hoorde de Amerikaanse schrijfster Cole Kazdin van een vriendin, type maneater, dat ze kort na het instorten van de Twin Towers met een leuke man op stap was geweest. Hij bracht haar thuis, en toen hij onhandig stond te doen voor de deur van haar appartement, had ze hem gevraagd of hij nog wat wilde drinken. Omdat hij aarzelde, zei ze: Nee nee nee, niet voor terror sex. Gewoon om mijn appartement te zien.
Terreurseks? Het lijkt niet erg invoelend, aldus Kazdin in Sex in a Time of Terror (op www.salon.com) om aan seks te denken terwijl de stad een puinhoop is en er overal bloed en lijken liggen. Maar mensen deden dat wél. Een andere vriendin vertelde haar dat ze na de aanslagen niet alleen wilde slapen. Toen er kort erna een vliegtuig vlak boven haar woning vloog, hadden zij en een vriend elkaar aangekeken en het met elkaar gedaan. Seks met de dood in de ogen was de beste die ze ooit had gehad. We hadden seks alsof ons leven er van afhing, alsof het einde van de wereld was aangekondigd, en als ik het weer kon doen, zou ik het weer doen.
Het besef dat het leven eindig is en de beschaving fragiel, was doorgedrongen tot in hartje Manhattan, en daarop reageerden burgers met een panisch instinct. Crazy sex all the time, want je weet niet hoe lang je nog te leven hebt voor de volgende aanslag. Er zou, vlak na de aanslagen, nog nooit zoveel online naar seks zijn gezocht, en er werd een baby boom voorspeld.
De term terror sex kwam ik deze week voor het eerst tegen in een interview met de radicaal feministe Susan Faludi in The Guardian, Ah, ja, terror sex, zegt Faludi lachend. dat was tenminste nog leuk. Faludi werd geïnterviewd naar aanleiding van haar onlangs verschenen boek The Terror Dream. What 9/11 Revealed About America. Dat boek is een woeste aanklacht tegen het verdwijnen van de vrouw uit de media, de populaire cultuur en de politiek na 9/11. De aanslag liet mannen achter met een gevoel van impotentie en dat repareerden ze ten koste van vrouwen. Feminisme werd afgeserveerd als een luxe die een land in oorlog zich niet kan veroorloven; anderzijds namen conservatieve politici het voortdurend op voor vrouwen in boerkas in Afghanistan die beschermd moesten worden tegen terreur. Reddingsfantasieën staken overal de kop op, getuige de afbeeldingen van Amerikaanse vrouwen die smachtend naar heldhaftige brandweermannen keken. Niet in afwachting van gezellige terreurseks - maar om ze te wijzen op de onmisbare beschermende rol van de Amerikaanse man in zijn publieke functie.
Susan Faludis boek is neergesabeld in de pers. De recensies zijn ware terreuroefeningen, waarin Faludi onder meer wordt bedankt dat ze een bibliotheek bezocht terwijl de rest van de natie gewoon toegaf aan basisinstincten, zoals het drinken van een six-pack. Toegegeven: het is nogal een opgave om welwillend ten opzichte van Faludi te blijven. The Terror Dream is een volstrekt paranoïde boek, dat werkelijk alles als één grote mannelijke samenzwering tegen vrouwen beschouwt. Ze vergeet, zoals critici terecht opmerken, dat vrouwen ook invloedrijke functies bekleedden en daarin beslissingen namen (Condoleezza Rice, Karen Hughes).
Jammer, want Faludi heeft een goed punt. Uit Amerika waaiden ook naar Nederland politieke pleidooien over voor het herstel van de mannelijke man. En een beetje Hollywoodfan kan het niet ontgaan zijn dat je in grote filmproducties ná 9/11 maar blijft buitelen over de spierbundels, cowboys en mannen met geweren (There Will be Blood, Rambo, No Country for Old Men, Lord of War, In the Valley of Elah) waarin vrouwen nagenoeg afwezig zijn. Of het moet gaan om een kort bezoek aan een hoerentent of een verkrachting, tussen het aanleggen van oliepijpleiding en het neerknallen van een burger door.
In een essay over In the Valley of Elah (CS 15.02.08), over een vader die de verdwijning van zijn zoon, die als militair in Irak diende, probeert op te lossen, wijst Arnon Grunberg op iets merkwaardigs. Hij constateert dat er in deze film nauwelijks tijd zit tussen het bezoek aan een stripclub, het eten van een gebraden kippetje en het doden van burgers. De nabijheid van de dood versterkt de behoefte aan seks onder militairen, stelt Grunberg. Maar Grunberg suggereert ook dat het misschien niet zo is dat mannen op zoek gaan naar seks omdat ze dood gaan (terror sex), maar dat seks een traktatie is na het doden. Het ware taboe is de erotische dimensie van het slagveld (sexy terror).
In navolging van Faludi kun je stellen dat het hier gaat over mannelijke seksualiteit in tijden van terreur. Een mooi voorbeeld daarvan is ook te vinden in Ian McEwans roman Saturday, waarin terreur het mannelijke slaapkamergedrag beïnvloedt. Perowne gaat verliggen en drukt zijn gezicht tegen Rosalinds achterhoofd, waarbij hij een vage zweem van geparfumeerde zeep opsnuift, vermengd met de geur van warme huid en gewassen haar. Wat een geluk dat de vrouw die hij bemint ook zijn echtgenote is. Maar wat is hij vlug afgedwaald van de erotiek naar Saddam - die behoort tot een warboel, een brij van vele bestanddelen, van voorgevoel en vooroordeel. Perowne denkt aan Saddam en krijgt een erectie. Saddam terroriseert niet de slaapkamer, maar erotiseert deze, zou je indachtig Grunberg kunnen zeggen.
Misschien overdrijft Faludi, maar het is ontegenzeggelijk waar dat oorlog en terreur verschillen aanscherpen en traditionele sekserollen versterken. Terror sex was voor vrouwen tenminste nog leuk, maar sex terror is een stuk minder. Seks is in tijden van oorlog een wapen, een machtsmiddel, een traktatie en een overlevingsstrategie tegelijkertijd - tenminste voor mannen. Waar blijft de roman die seks na 9/11 vanuit het vrouwelijke perspectief beschrijft?